Externe profilering, 3e jaars studenten 2018-2019

In het kader van de Externe Profilering kiezen 3e jrs. Pabostudenten een externe instantie uit waarmee zij gaan samenwerken aan het ontwerpen van een innovatief programma.

Op 12 september 2018 presenteerden een aantal 'externe instanties', organisaties en bedrijven, zich op de Pabo. Voorafgaand hadden deze instanties de mogelijkheid informatie over hun organisatie op de website van OO 'sH te plaatsen, om de keuze van de studenten te vergemakkelijken. 

Bij de meeste instanties was het in de 3 pitchrondes erg druk . Een enkeling had liever wat meer enthousiaste studenten gezien, maar er zijn overal goede contacten gelegd. Binnen 1 week moeten studenten hun keuze maken. Snelheid is echter geboden, want bij sommige organisaties was het erg druk en er zijn niet overal meerdere plekken beschikbaar.

Een groepje studenten neemt de coördinerende taak op zich. Zij stellen zich hier later zelf voor en houden ons op de hoogte.

Lees meer

De externe profilering maakt deel uit van het 3e jaar van de Pabo opleiding, met als doel: het ontwikkelen van een innovatief educatief programma in samenwerking met zo'n 'externe instantie'. Dit programma wordt daarna ook op ieders stageschool uitgevoerd. 

Meerwaarde van deze samenwerking is voor de student dat hij of zij ervaart hoe het is om samen te werken met een organisatie of bedrijf. Voor de externe instantie is de opbrengst dat men de vernieuwende frisse ideeën en kennis van een jonge ‘buitenstaander’, de student, ontdekt en het ontwikkelde educatieve programma hierna ook zelf kan gaan gebruiken. Dit maakt het bijzonder en waardevol. 

 

Presentaties externe profilering op Provinciehuis

3e jaars studenten van Pabo Den Bosch werkten afgelopen maanden aan hun externe profilering. Hiervoor werkten zij samen met een externe instantie (bedrijf/organisatie) aan een innovatieve lessenreeks of project dat vervolgens ook echt gaat worden uitgevoerd op een stageschool.  

Op 17 januari 2018 mochten deze studenten op het Provinciehuis van Noord-Brabant hun betekenisvol, innovatief onderwijs presenteren. De vele aanwezigen, waaronder de betrokken bedrijven en organisaties, docenten en directie Pabo, Gedeputeerde Henri Swinkels, team Ondernemend Onderwijs ‘sH en belangstellenden uit het onderwijs, Gemeente en Provincie, lieten zich inspireren door de mooie presentaties van de studenten. Stands waren ingericht met velerlei materialen en mooie banners en studenten vertelden enthousiast over hun bevindingen.

Het was een prachtige middag. Docenten, gastbedrijven en Ondernemend Onderwijs waren trots op de behaalde resultaten! Meer over de projecten lezen? Klik hier

 

Pabo meets De Cultuurloper en Kunstbalie

In het kader van externe profilering zijn 3e jaars Pabostudenten een samenwerking aangegaan met de Kunstbalie en De Cultuurloper. Lees hieronder wat deze op hun website hierover te melden hebben.

Gelezen op website van De Cultuurloper

Gelezen op website Kunstbalie

 

Projectgroep H2 Pabo 2017

Even voorstellen in een kort filmpje

De projectgroep H2 bij Pabo bestaat dit jaar uit Charlotte, Lieke, Anouk en Marianna. Zij begeleiden studenten bij hun opdracht zelf innovatieve lessen te ontwerpen in samenwerking met bedrijven/organisaties De ‘externe profilering’. 

Ondernemend Onderwijs helpt hen daarbij, o.a. doordat Charlotte ook als stagiaire in het team Ondernemend Onderwijs zit.

Hieronder stellen zij zich zelf verder voor:

 

Lees meer

'Hallo allemaal!

We zullen ons eerst even voorstellen.

Charlotte, een echte A-fase student, is onze (zeer democratische) leider. Zij heeft vorig jaar al in de projectgroep gezeten en werkt nu voor Ondernemend Onderwijs.
Margo kijkt met ons mee vanuit Ondernemend Onderwijs en zij kent heel veel mensen, waaronder alle externe instanties.
Lieke zal jullie fysieke aanspreekpunt zijn, het gezicht van de projectgroep. Zij zal jullie tijdens de lessen informeren, en voor vragen kunnen jullie op school (natuurlijk bij ons allemaal, maar vooral bij haar) terecht.
Anouk is onze social media goeroe. Zij zal de instagram/facebookpagina van de projectgroep up to date houden zodat jullie, tussen de vakantiefoto's en relatie updates door, op de hoogte blijven van dit geweldige thema, OGP7!
Marianna (beter bekend als Mar), zal voor het mailcontact zorgen en alles achter de computer regelen. Een soort secretaresse dus..

Wat gaan wij doen?
Ons doel voor dit thema is om jullie in goede banen richting het inleveren van jullie OGP7 te leiden. Wij zullen jullie informeren over wanneer de deadlines zijn, waar die deadline dan precies voor is en daar ergens tussenin nog al jullie vragen proberen te beantwoorden. Daarnaast zijn wij een soort schakel tussen, docenten, studenten en niet te vergeten, de externe instanties. Dus, wij zijn er voor júllie!

Op deze pagina zullen wij informatie delen rondom OGP7. We zullen onder andere informatie geven over nieuwtjes en deadlines.

Wij hopen de komende periode iets voor jullie te kunnen betekenen. Wij zijn op school aanspreekpunt, maar jullie kunnen ook altijd via de mail of Facebook bij ons terecht!

Groetjes,
De projectgroep'

 

Externe profilering 3e jrs. studenten 2017-2018

Op 20 september 2017 vond de bedrijvenpresentatie voor de externe profilering van de 3e jrs. studenten plaats op de Pabo. Veel bedrijven/organisaties gaven deze middag acte de présence. Allen gaven een korte pitch, waarna studenten zelf op diverse plekken in school meer informatie konden inwinnen bij betrokken 'externe instanties' .

Ondernemend Onderwijs vormt het communicatiekanaal tussen 'externe instanties' en studenten. Op de website van Ondernemend Onderwijs plaatsen deelnemende partijen gegevens over hun bedrijven.

Zie hier de bedrijven/organisaties

 

Afronding externe profilering studenten Pabo 

3e jrs. studenten van Pabo Den Bosch hebben opdracht innovatieve lessen te ontwerpen in samenwerking met externe instanties. Deze opdracht werd op 11 januari j.l. afgerond en zichtbaar gemaakt tijdens een Productenmarkt in de aula en presentaties met pitches. Zie hier een korte film.
De resultaten van dit nieuwe ondernemende onderwijs, lees je uitgebreid hieronder. 

 

1, 2, 3 Mixen maar!!

Namen: Daniëlle Tausch & Henrieke van Tilborg

Externe instantie: DuNaMis (stichting Scala)

Het thema (on)gezonde voeding staat centraal in deze lessenreeks.  De leerlingen leren wat het belang is van gezond eten en wat ongezond eten met je doet. De kinderen gaan ontdekkend en actief aan de slag met verschillende opdrachten.

Lees meer

Wat er aan bod komt tijdens deze activiteitenreeks: prikkelen van zintuigen door middel van een foodlab (voelen, proeven en ruiken), een quiz over groenten en fruit (bij voorkeur deze buiten uitvoeren), een circuit waarbij de kinderen hun eigen fruit gaan snijden, een smoothie gaan mixen, een etiket kleuren en een ingrediëntenlijst samenstellen. Kinderen leren samenwerken en hun eigen keuzes beargumenteren. Tijdens deze activiteiten wordt er aandacht besteed aan de domeinen rekenen, taal, natuur en beeldende vorming. De volgende kerndoelen komen aan bod: 1, 23, 33, 34, 39, 54, 55.

 

Ontwerpprincipes PPO:

We hebben ervoor gekozen in het innovatieve ontwerp te ontwerpen met verschillende theorieën, passend bij de domeinen die terugkomen in de lessenreeks.

Het spinnenweb van Van den Akker (2003) hebben wij gebruikt voor het ontwerp van dit project. Dit ontwerp is aan de hand van de fases van opbrengstgericht werken ontwikkelt. Het sociaal constructivisme en het connectivisme is ook terug te vinden in dit ontwerp. Het project wilden wij graag aan laten sluiten bij de omgeving. Het ‘vloggen’ is in dit project ingezet, maar ook de talenten van de kinderen zijn benut. Op deze manier hebben wij gebruik gemaakt  van de 21 century skills.  Ten slot maken wij ook gebruik van transdiciplinair werken door alle vakgebieden tegelijkertijd aan bod te laten komen.

 

Ontwerpprincipes binnen de schoolvakken:

OJW: natuurkunde staat centraal in dit project. De leerlingen gaan aan de slag met de LOOL-didactiek (van Graft & Kemmers, 2007) van natuur. Door gebruik te maken van het zeven stappenplan, komen alle aspecten van het ontdekkend leren terug.

KO: Onze activiteit hebben wij onderbouwd door gebruik te maken van het MVB-model. Het MVB-model hebben wij gekoppeld aan de verschillende leerdoelen van kunst. De kinderen hebben gekeken naar de verschillende creaties die zij hebben gemaakt. Ze hebben niet alleen gekeken naar de kleuren, maar ook naar de verschillen. Later hebben de kinderen met elkaar nog gesproken over de juiste ingrediënten en wat kleuren doen.

Taal: Taal hebben wij in ons project samengevoegd met de 21 century skills. Deze komen terug in de volgende activiteiten: communiceren, creatief denken en handelen, mediawijsheid , kritisch denken en samenwerken. Kinderen hebben door middel van een coöperatieve werkvorm samen moeten overleggen. Buiten hebben zij moeten denken, luisteren en overleggen. Tijdens het vloggen worden er verschillende vragen gesteld, maar ook bij de nieuwstool is er gebruik gemaakt van taal.

Rekenen: Binnen het domein rekenen is gewerkt met het hoofdfasen in leerlijn model. Kinderen krijgen de kans om op eigen niveau aan de slag te gaan met wegen en meten. Sommige kinderen hebben gebruik gemaakt van een weegschaal en een maatbeker terwijl andere kinderen weten dat het halve pak gebruikt kan worden.

 

Projectresultaten

Het project heeft allereerst veel blije gezichtjes opgeleverd. De leerlingen uit groep 4 hebben de hele ochtend heel hard gewerkt aan hun eigen smoothie als eindproduct. Uit de vragenlijsten blijkt, dat de kinderen het project een succes vonden. Onze externe instantie gaat het project gebruiken in de Scalatheek. Dit is een bibliotheek waarbij verschillende materialen staan met betrekking tot natuurlessen, waar alle scholen van Scala gebruik van kunnen maken. Walter Tuerlings wil het project jaarlijks terug laten komen op verschillende scholen, zodat kinderen om leren gaan met gezonde voeding.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=q8PzBj_bWik

 

De Ruimte

Naam: Buck den Bol

Externe instantie: Astrologe Gerda Swinkels

Een lessenreeks met verschillende aspecten. Van klassikale informatieve lessen tot onderzoek doen, bijhouden van een blog, naar de maan kijken en astrologieles.

Lees meer

 

Suiker(ziekte)

Namen: Daniëlle van Rosmalen en Romy Roovers

Externe instantie: Diëtistenpraktijk Beleefgezonder 

In het project Suiker(ziekte) wordt er aandacht besteed aan het actuele onderwerp gezonde voeding. Het project is bedoeld om basisschoolkinderen bewust te maken van de suikers in voeding.

Lees meer

 

In het project Suiker(ziekte) wordt er aandacht besteed aan het actuele onderwerp gezonde voeding. Het project is bedoeld om basisschoolkinderen bewust te maken van de suikers in voeding. Daarnaast gaan de kinderen ook ontdekken welke verschillende functies suiker allemaal kan hebben. Dit betekent dat zij zich kunnen ontwikkelen tot kinderen die : bekend zijn met de functies van suiker. zich bewust zijn van de suikers in voeding. zich bewust zijn van hun eigen voedingspatroon. steeds betere beslissingen kunnen maken op het gebied van gezonde voeding.

Binnen het project worden de vakgebieden natuur en techniek, beeldende vorming, rekenen en taal aangeboden. Naast de vakgerichte leerdoelen staan de bovenstaande doelen centraal in het project Suiker(ziekte).

Het project Suiker(ziekte) bestaat uit vijf activiteiten, namelijk

workshop van Diëtistenpraktijk Beleefgezonder De kinderen krijgen een interactieve workshop die hen veel leert over gezonde en ongezonde suikers, suikerziekte en een gezonde leefstijl.

Schrijven over suiker De kinderen gaan tijdens deze activiteit informatie over suiker verwerken. Dit doen zij digitaal in hun eigen ontworpen nieuwspagina. 

Rekenen met suiker De kinderen gaan een rijk rekenprobleem oplossen waarbij zij rekenen met de maateenheid gewicht.

Creatief met suiker De kinderen gaan met eigen creativiteit een beeldend kunstwerk maken van en met suiker.

Experimenteren met suiker De kinderen gaan experimenteren met suiker, waarbij zij de natuurlijke eigenschappen van suiker gaan onderzoeken. De kinderen maken hierbij eigen voorspellingen.

 

Externe instantie 

In samenwerking met diëtiste Lisa Coppens van Diëtistenpraktijk Beleefgezonder is het project Suiker(ziekte) tot stand gekomen. Diëtistenpraktijk Beleefgezonder is er voor iedereen die gezonder wil gaan leven.

 

Ontwerpprincipes

In de onderstaande tekst staat per vakgebied beschreven welke ontwerpprincipes er zijn toegepast in het project Suiker(ziekte) en waarom deze zijn toegepast.

Natuur & Techniek

Binnen de drie pijlers van Natuur & Techniek onderwijs past pijler twee het best bij ons project. Pijler twee is het uitvoeren van onderwijs in natuur en techniek. In ons thema besteden wij aandacht aan gezondheid en aan het uitvoeren van onderzoek. De kinderen werken tijdens deze activiteit volgens een didactische benadering, namelijk onderzoeken. Tijdens het onderzoeken volgen zij de denk- en werkwijzen beleven en waarderen en beschrijvend onderzoeken.

Zoals hierboven al staat beschreven staat het onderzoekend leren in deze activiteit centraal. Hierbij worden leerlingen gestimuleerd om zelf actief kennis te verwerven. De kinderen gaan door middel van een practicum experimenteren met suiker. Een practicum is een praktische opdracht voor kinderen, waardoor zij de leerstof beter begrijpen en om vaardigheden te oefenen. Tijdens het practicum is er begeleiding aanwezig om de kinderen te assisteren en begeleiden bij het uitvoeren van het practicum. Tijdens het practicum zijn de kinderen bezig met het onderzoeken van het materiaal. Dit doen zij zelfstandig of in groepjes. Bij deze werkvorm krijgen de leerlingen papier voor de verslaglegging van hun experiment. De kinderen zijn hierdoor inhoudelijk met hetzelfde bezig, dit heet een parallelpracticum.

Beeldende vorming

In deze activiteit hebben de kinderen gewerkt aan de hand van het BVM-model. Binnen het BVM-model is er op verschillende manieren gewerkt aan het thema Suiker(ziekte). De kinderen worden geïnspireerd in een vrije situatie, waarbij veel verschillende materialen beschikbaar zijn. Hierdoor kan hun creativiteit tot uiting komen en kunnen de ideeën vorm gegeven worden. De kinderen krijgen zo de mogelijkheid om de verschillende beeldaspecten te onderzoeken. Hierdoor ontstaan er unieke beeldende kunstwerken waar de kinderen hun eigen betekenis aan kunnen geven. De kinderen ontwikkelen hierdoor het creërend vermogen binnen het basismodel van Cultuureducatie. Daarnaast ontwikkelen de kinderen ook het reflecterend vermogen, doordat zij reflecteren op hun eigen werk en dat van anderen. Dit doen zij tijdens het werkproces en na het werkproces in het Suikermuseum. De kinderen presenteren daar hun opbrengsten aan elkaar en aan de ouders/verzorgers.

Rekenen

Tijdens de activiteit gaan de kinderen werken binnen een betekenisvolle context. De kinderen gaan een rijk rekenprobleem oplossen. Zij krijgen het eetdagboek van Jan met daarop verschillende en herkenbare voedingsmiddelen. Het is de bedoeling dat de kinderen uitrekenen hoeveel gram suiker Jan heeft gegeten op één dag. De kinderen werken aan deze opdracht op hun eigen niveau. Dit kunnen zij doen door te handelen met concreet materiaal, door tekeningen te maken, door gebruik te maken van modellen of door de formele berekening te maken. Op deze manier wordt het handelingsmodel ingezet. De kinderen gaan probleem oplossend handelen en doorlopen daarbij de drie stappen van het drieslagmodel. De kinderen gaan na wat het probleem is en hoe zij het probleem op kunnen lossen. Daarna gaan de kinderen het probleem oplossen en vervolgens reflecteren zij of het resultaat juist is.

Taal

Tijdens de activiteit gaan de kinderen werken aan het domein stellen. De kinderen gaan de voorpagina van de krant voorzien van verschillende soorten teksten. Hierbij doorlopen de kinderen de stappen die bij stelvaardigheid passen. De geschreven teksten verwerken de kinderen op een Chromebook met de tool Nieuws in de klas. Met deze nieuwstool kunnen de kinderen online zelf nieuws maken en publiceren. Door het maken van eigen nieuws, worden de kinderen betrokken bij het actuele thema en wordt hun digitale geletterdheid bevorderd.

 

Projectresultaten

Het ontwerpen en uitvoeren van het vakintegratief en innovatief ontwerp heeft ons veel opgeleverd. Tijdens het proces zijn er zowel positieve punten als leerpunten naar voren gekomen. Zo hebben wij ervaren dat het enthousiasme van de kinderen veel voldoening geeft en dat er altijd organisatorische puntjes zijn die je van te voren niet doordacht had. Deze periode heeft een beroep gedaan op onze ondernemendheid. Zo hebben wij vele contacten gelegd, namelijk met de externe instantie, de Hoogakker, de ouders/verzorgers en met elkaar. Mede hierdoor was de projectdag een groot succes.

 

Allesafvaleter

Naam: Amber Lassing

Externe instantie: ProGain B.V.

Een innovatief en vakintegratief onderwijsontwerp in de vorm van een lessenreeks met het thema ‘afval’ , waarin verhalend ontwerpen centraal staat. 

Lees meer

Projectbeschrijving:

Dit is een lessenreeks over afval. In deze lessenreeks heeft verhalend ontwerpen een grote rol. Deze lessenreeks begint namelijk bij Allesafvaleter die de leerlingen een brief heeft gestuurd waarin hij de leerlingen om hulp vraagt. Hij eet elke dag uit de prullenbak in de klas, maar hij wilt graag vriendjes hebben. Hij vraagt de leerlingen om heel veel afval te gaan sorteren, zodat de leerlingen daarna vriendjes voor hem kunnen knutselen. Deze lessenreeks bestaat uit drie lessen, waarvan een les een hele middag in beslag neemt.

In de eerste les gaan de leerlingen een woordweb maken over afval, vast oefenen met afval sorteren via een digitaal spel, Allesafvaleter gezamenlijk visueel maken en een brief terugschrijven naar Allesafvaleter.

In de tweede les staat afval de hele middag centraal. In deze middag komen er ouders helpen. De leerlingen hebben nog een brief gekregen van Allesafvaleter. Ze gaan meegebracht afval sorteren, een rijk rekenprobleem met dit afval oplossen en vriendjes voor Allesafvaleter knutselen. De oplossingen van het rijk rekenprobleem en de vriendjes die ze geknutseld hebben presenteren ze aan elkaar.

De derde les krijgen de leerlingen een gastles over composteren, een andere manier van afval verwerken. De leerlingen leren wat composteren is, gaan afval sorteren op wat wel in de compostbak kan en wat daar niet thuishoort, ze gaan onderzoeken wat er nog te vinden is in compost en ze gaan gezamenlijk een compostfabriek maken, waarbij ze kunnen onderzoeken wat de ideale omstandigheden zijn voor afval om compost te worden.

Gedurende deze lessenreeks groeit het verhaal in de klas zichtbaar, doordat we een wandfries maken.

 

Externe instantie:

ProGain B.V. onderneemt veel verschillende activiteiten wat betreft duurzaamheid en beheert websites die duurzaamheid stimuleren. Hij omschrijft zichzelf als ‘een stadsboer’. Mijn externe instantie kwam een gastles geven over composteren. Hierboven staat beschreven wat we deze les allemaal gedaan hebben.

 

 

Ontwerpprincipes PPO:

In deze lessenreeks staat verhalend ontwerpen centraal. Allesafvaleter stuurt de leerlingen verschillende brieven waarin hij om de hulp van de leerlingen vraagt. Ik heb een schema uitgewerkt waarin o.a. de verhaallijn, episodes en de sleutelvragen zijn uitgewerkt.

Verder heb ik mijn product opgebouwd volgens de stappen van opbrengstgericht werken. Ik heb uitgewerkt hoe ik rekening heb gehouden met de kenmerken van het jonge kind, hoe de 21st century skills en het curriculair spinnenweb terugkomen in deze lessenreeks en ik heb uitgewerkt hoe deze lessenreeks past bij het constructivisme.

 

 

Ontwerpprincipes binnen de schoolvakken:

Natuur: De leerlingen zijn in de derde les bezig met onderzoekend leren, volgens de LOOL-didactiek. De leerlingen gaan zelf waarnemen, ordenen, voorspellen en controleren, dus zelf onderzoeken.

KO: Voor het ontwerpen van de activiteiten heb ik het cirkelmodel gebruikt. Ook de fasen van het creatieve proces van SLO heb ik uitgewerkt. Daarnaast heb ik de lessen aan laten sluiten op het raamwerk van de cultuureducatie beeldend van de doorlopende leerlijn, dit is beschreven in De Culturele Ladekast.

Rekenen: De leerlingen gaan een rijk rekenprobleem oplossen. Dit rijk rekenprobleem heb ik geanalyseerd door gebruik te maken van de hoofdfasen in de leerlijn, het drieslagmodel en het handelingsmodel.

Taal: In deze lessenreeks komen er voor de leerlingen veel nieuwe begrippen aan bod. Daarom zet ik de Viertakt in.

 

Projectresultaten:

Uit het onderzoek wat ik heb uitgevoerd bij de leerlingen blijkt dat de meeste leerlingen positief zijn over de lessenreeks. De leerlingen geven aan dingen geleerd te hebben deze lessenreeks, doelen behaald te hebben, plezier te hebben gehad tijdens verschillende activiteiten en over genoeg middelen te hebben beschikt tijdens de lessenreeks.

Ik heb een hele mooie lessenreeks ontworpen en uitgevoerd over het onderwerp ‘afval’, waarin veel verschillende didactieken in voorkomen.

Ik heb hele positieve ervaringen gekregen met het inzetten van verhalend ontwerpen, met het inzetten van ouderparticipatie en met vakintegratief werken op transdisciplinair niveau.

Doordat ik gebruik heb gemaakt van verhalend ontwerpen, mochten de leerlingen het onderwijs grotendeels zelf ontwerpen. Hierdoor is bij de leerlingen enorm veel motivatie ontstaan, wat heeft gezorgd voor een hele hoge betrokkenheid gedurende deze lessenreeks.

Door hulp aan ouders te vragen en hen goed in te lichten over mijn bedoelingen en verwachten is het inzetten van ouderparticipatie geslaagd. De leerlingen hebben veel begeleiding gekregen van ouders en zij hebben de leerlingen verder kunnen helpen. Ik zou zeker vaker ouderparticipatie gaan inzetten.

Ook het vakintegratief werken op transdisciplinair niveau is mij goed bevallen. Het kost wel meer tijd om uit te werken, maar dan krijg je ook leukere lessen waar de leerlingen graag aan terug denken en waar de leeropbrengst hoger ligt.

Ook heb ik (weer) gemerkt dat je door het inzetten van actieve en verschillende werkvormen de leerlingen betrokken houdt. Door de leerlingen handelend bezig te laten zijn en door ze te laten samenwerken, kunnen ze hun ideeën allemaal kwijt. Ik heb ook (weer) gemerkt dat de leerlingen het erg interessant vinden om het over een onderwerp te hebben, waar ze het normaal nooit over hebben. Ik ben na deze lessenreeks een nog grotere voorstander geworden van OJW-vakken aanbieden in de onderbouw.

Van mijn lessenreeks heb ik een Prezi gemaakt, waarin veel foto’s voor komen. I.v.m. privacy van de leerlingen kan deze Prezi hier niet worden gedeeld. Mocht u interesse hebben in de Prezi, kunt u contact opnemen.

 

Allen verschillend, toch gelijk

Naam: Kim Dammers

Externe instantie: Anne Frank Stichting

Door dit project kwamen de onderwerpen; discriminatie, pesten, vooroordelen, identiteit en (on)gelijke rechten aan bod. De kinderen uit groep 6b van basisschool de Touwladder in Sint-Michielsgestel leerden over de geschiedenis en de gevolgen van bijvoorbeeld discriminatie.

Lees meer

Projectbeschrijving

Door dit project kwamen de onderwerpen; discriminatie, pesten, vooroordelen, identiteit en (on)gelijke rechten aan bod. De kinderen uit groep 6b van basisschool de Touwladder in Sint-Michielsgestel leerden meer over deze onderwerpen. Zo leerden ze dat deze onderwerpen altijd en overal bestaan. Ze hebben geleerd over de geschiedenis en de gevolgen van bijvoorbeeld discriminatie.

Het project bestond uit vijf lessen. Daarnaast hebben de kinderen een museum in de klas gemaakt. In dit museum kwam eerst groep 8 kijken, later waren ook alle ouders welkom. De kinderen presenteerden hier wat ze hebben geleerd en gemaakt. Ook hebben de kinderen in de loop van de lessenreeks, een online krant ontworpen. Hierin heeft iedereen een stukje geschreven. Ook dit werd meegegeven aan de ouders.

In de vijf lessen kwamen er verschillende vakken en domeinen naar voren. Deze zijn allemaal afkomstig uit de profilering: mens, maatschappij, kunst en cultuur.

Het project bestond uit de volgende lessen:

  • Les 1, Anne Frank + hoe zit het nu? à Aflezen van grafieken
  • Les 2, Vooroordelenspel, wat zijn vooroordelen? Heb jij die ook?
  • Les 3, Identiteit. Wie ben ik? Wie ben jij?
  • Les 4, Beeldbeschouwen en (on)gelijke rechten. Wat zie je terug in de schilderijen? Hoe ging het vroeger? Een verhaal lezen over een donker meisje op een witte school.
  • Les 5, Hoe zit het nu, hoe zat het vroeger? Een muurkrant maken.

Externe instantie

Tijdens dit project heb ik samengewerkt met de Anne Frank Stichting als externe instantie. Deze samenwerking deed ik samen met Mandy Klerx, met haar heb ik ook bouwoverstijgend ontworpen. De Anne Frank Stichting wilde deze onderwerpen bespreekbaar maken in de klassen. Ze waren met name benieuwd hoe het in groep 5/6 zit. Om hier achter te komen, heb ik interviews en groepsgesprekken gevoerd. Daarnaast heb ik voor de stichting, samen met Mandy, een werkvorm over vooroordelen gecreëerd. 

 

Ontwerpprincipes

Tijdens dit project heb ik gebruik gemaakt van veel verschillende ontwerpprincipes. Deze heb ik ook gerelateerd aan mijn eigen visie, en die van de stageschool.

Ontwerpprincipes per vakgebied:

Taal:

  • Woordenschatontwikkeling
  • Mondelinge taalvaardigheid
  • Onderwijsleergesprekken
  • Spreekvaardigheden & Stelvaardigheden

Taal is vaak ingezet als middel. Ik heb vaak voorgelezen. De kinderen werden enthousiast door deze verhalen, en zijn de boeken zelf ook gaan lezen.

Rekenen:

  • Handelingsmodel
  • Hoofdfasen leerlijnenmodel
  • Realistisch rekenen met grafieken

Geschiedenis:

  • Historisch denken en redeneren
    - De zes componenten, aandacht op contextualiseren
  • Beeldvormers
  • Erfgoededucatie

Beeldende vorming:

  • BMV-model
  • Het creatieve proces
  • Beeldbeschouwen

Actuele media en technologie;:

  • 21st century skills
  • Onderwijs2032

Ontwerpprincipes voor PPO:

Mijn lessen zijn gebaseerd op de theorie voor cultuuronderwijs, afkomstig uit het boek Cultuur2. Hierbij staat dan ook de leerling centraal. Daarnaast heb ik gebruik gemaakt van het Spinnenweb van van den Akker en het ADDIE-model als leidraad voor mijn ontwerp en product. Het connectivisme heb ik gekozen als leertheorie. Dit sluit aan bij mijn visie en de 21st century skills. Daarnaast heb ik me laten inspireren door het EGO-onderwijs en het Freinet onderwijs. Al mijn gestelde leerdoelen zijn gekoppeld aan de taxonomie van Bloom.

Projectresultaten

De resultaten van het project heb ik vastgelegd door middel van foto’s en een video. Deze video heb ik ook laten zien aan groep 8, ouders, leerlingen en directie. Daarnaast staan de resultaten ook beschreven door de kinderen in de krant.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=zVN3S-v7yW8&feature=youtu.be

Krant: http://www.nieuwstool.nl/?code=4m8x85m34d53d

 

 

 

Herfst & Natuur

Naam: Diede Klanderman 

Externe instantie: Het Groene Woud

Dit product stond in het teken van het profiel dat ik heb gekozen, Natuur, techniek, wetenschap & Design in combinatie met dans en drama en het thema Herfst.  

Hiervoor heb ik samengewerkt met de externe instantie 'Het Groene Woud'. Van hen heb ik een boek ontvangen met allerlei les ideeën, informatie en weetjes, Het DoeBoek. Aan de hand van informatie vanuit de externe instantie ben ik lessen gaan ontwerpen gebaseerd op de vakken vanuit de profilering.

Lees meer

Dit product stond in het teken van het profiel dat ik heb gekozen, Natuur, techniek, wetenschap & Design in combinatie met dans en drama en het thema Herfst.  

Hiervoor heb ik samengewerkt met de externe instantie 'Het Groene Woud'. Van hen heb ik een boek ontvangen met allerlei les ideeën, informatie en weetjes, Het DoeBoek. Aan de hand van informatie vanuit de externe instantie ben ik lessen gaan ontwerpen gebaseerd op de vakken vanuit de profilering. Op die manier is er een circuit middag ontstaan, waarin de vakken taal, rekenen, natuur, dans en drama samen kwamen. Vervolgens is er een boswachter vanuit Het Groene Woud in de groepen 3a en 3b geweest om informatie uit te wisselen omtrent de herfst, de natuur en Het Groene Woud. Een week later ben ik met mijn groep (3a) naar De Geelders geweest en hebben wij onder leiding van een Boswachter van het NME een rondleiding gehad. Als afsluitende les hebben wij een Doe-les gedaan in de klas. Hierin werden allerlei proefjes gebaseerd uit het DoeBoek behandeld. Zo hebben we zelf schimmels gemaakt, hebben we getest wat er blijft drijven en zinken en zijn we aan de slag gegaan met de voedselkringloop. Dit alles sluit weer aan bij de vakken taal en rekenen doordat er werd gewerkt aan de netwerkopbouw, begrippen kennis en woordenschat uitbreiding. Daarnaast werd er gerekend in de bossen met aantallen, in de Doeles en tijdens het circuit uiteraard. Tijdens het gehele project zijn de kerndoelen en leerlijnen van http://tule.slo.nl/ gehanteerd en heb ik het project daarop gebaseerd. 

Omdat Het Groene Woud erg enthousiast was over de manier van werken hebben zij een artikel gepubliceerd. Kaylee Bouleij (stagiaire groep 7 bij Margreet) is mijn samenwerkingspartner. Zij heeft een soort zelfde project gedaan. In het artikel wordt dus geschreven over onze invloed en inzet tijdens dit project en de samenwerking met Het Groene Woud. Zie het artikel via onder andere onderstaande links:

http://www.hetgroenewoud.com/actueel/nieuws/studenten-pabo-gebruiken-doeboek-voor-groene-woudlopers-voor-natuuronderwijs-op-basisschool/606 

http://www.meierij.nl/nieuws/algemeen/53207/doeboek-voor-groene-woudlopers-gebruikt-voor-natuuronderwijs-op-basisschool 

Omdat Het Groene Woud iets als tegenprestatie wilde doen hebben wij voor alle kinderen uit onze groepen een Doeboek gekregen (60 stuks). Alle kinderen kregen dus een boek mee naar huis en op die manier kunnen zij ook thuis aan de slag met natuur opdrachten.

In het project zijn ook de ouders betrokken. Zo is er via Klasbord iets geplaatst over het project, hebben ouders geholpen bij de circuit middag en zijn ouders mee geweest tijdens de wandeling in de bossen. Op die manier zijn ouders op de hoogte gebleven en hebben zij het project gevolgd. Daarnaast zijn uiteraard ouders gevraagd om toestemming te geven om foto's te gebruiken in de media.  

 

Dit Herfst project is onderbouwd door een aantal leer theorieën. Zo zijn de activiteiten uit het circuit en de Doeles onderbouwd met vak inhouden en didactische verantwoordingen.

De volgende didactische verantwoordingen komen terug in mijn herfst project:

  • LOOL
  • ADDIE model
  • Meervoudige intelligentie
  • Het handelingsmodel
  • De drie uitjes
  • Tableau vivant
  • MVB en KVB model
  • Viertakt model
  • Vijfstappenplan natuur

 

In het project komen onder andere de volgende vakgebieden terug: 

  • Natuur: hierbij is de activiteit onderbouwd middels het 5 stappenplan van natuur. Daarnaast zijn diverse verschijnselen binnen natuur en techniek onderwijs aan bod gekomen, zoals drijven en zinken.
  • Taal: De viertakt van taal is ingezet om een goede taalactiviteit te ontwikkelen. Daarnaast is de activiteit gebaseerd op de drie uitjes, UITbeelden, UITleggen en UITbreiden.
  • Rekenen: De rekenopdracht is opgebouwd via het handelingsmodel. Daarnaast zijn de leerlingen bezig met onder anderen resultatief tellen, synchroon tellen, ordinale en kardinale functies en het inbedden van een opdracht in een context.
  • Dans: De dansles die ik middels een vooraf opgenomen dansinstructie heb gegeven aan de leerlingen is gebaseerd op het MVB en KVB model.
  • Drama: Tableau vivant is onderbouwd door het MVB model en door verschillende wetenschappers is er gekeken naar de activiteit. Dit beschrijf ik in mijn product.

 

Als eindresultaat is een ontzettend mooi krantenbericht verschenen. Het Groene Woud, onze externe instantie, heeft een artikel geschreven over ons dat is gepubliceerd in kranten en op social media. Ook de Facebook pagina van Ondernemend Onderwijs heeft dit artikel gedeeld. De leerlingen hebben allemaal een Doeboek van Het Groene Woud mee naar huis gekregen. Op die manier worden de kinderen ook thuis gemotiveerd om met natuur aan de slag te gaan. Daarnaast heb ik gereflecteerd op de gestelde doelen middels een onderzoek. Hiervoor heb ik een vragenlijst gemaakt die gebaseerd is op de gebruikte doelen, middelen en activiteiten.

 

 

Ridders, jonkvrouwen en kastelen

Naam: Kelly van der Donk

Externe instantie: Muzerije

Binnen dit project leren de kinderen over de riddertijd. De Muzerije heeft mij ondersteund in de dans en drama lessen binnen mijn project.

Lees meer

Het thema binnen mijn project is ridders, jonkvrouwen en kastelen. Het project is uitgevoerd in groep 1/2 op basisschool Fonkel in Den Dungen. Binnen dit project leren de kinderen over de riddertijd. De kinderen helpen Floris een echte ridder te worden! Tijdens iedere les vinden de kinderen een brief van Floris in de klas. In deze brief staat een opdracht die Floris van de kasteelheer heeft gekregen. Floris is nu nog een page, hij doet klusjes voor de kasteelheer. Wanneer hij 20 munten heeft verdiend, kan hij een echte ridder worden. Door middel van de opdrachten kunnen de kinderen voor Floris deze munten verdienen. Zal het Floris en de kinderen gaan lukken…? 

Het project bestaat uit een aantal activiteiten:

Les 1 wie is Floris

De kinderen maken kennis met Floris. Doormiddel van een woordweb wordt de voorkennis van kinderen geactiveerd. De kinderen plaatsen afbeeldingen bij de juiste tijd: heel lang geleden, lang geleden en onze tijd. Dit met behulp van een tijdbalk.

Les 2 het kasteel

De kinderen leren hoe een kasteel eruitziet. De woorden kantelen, schietgaten, torens, ophaalbrug, slotgracht en binnenplaats komen aan bod. Tijdens de verwerking van deze les construeren de kinderen een kasteel met kleine blokken. Daarnaast leren de kinderen waarom een kasteel gebouwd werd.

Les 3 de kasteelbewoners

De kinderen leren de bewoners van het kasteel kennen. Dit doormiddel van een vertelpantomime. De kinderen beelden de kasteelbewoners uit.

Spulletjes van de kinderen

De kinderen hebben tijdens het project spulletjes van thuis meegenomen. Denk aan een harnas, een schild, zwaarden en een helm. Samen met de kinderen wordt een gesprek gevoerd over deze spulletjes. De kinderen leren welke kleding een ridder draagt.

Les 4 tellen met muntstukken

De kinderen leren wat een rentmeester is. De kinderen gaan aan de slag met synchroon en resultatief tellen. Tegelijkertijd maken zij kennis met de dobbelsteenstructuur en een turfbeeldenpatroon. De kinderen voeren de opdrachten op de opdrachtkaarten uit.

Les 5 dansen in de middeleeuwen

De kinderen leren dat er in de riddertijd ook feest gevierd werd, dit op een ridderfeest. De kinderen dansen als de verschillende kasteelbewoners op het ridderfeest. De kinderen horen stoere riddermuziek en vrolijke jonkvrouwenmuziek.

Afsluiting – Floris is een echte ridder

De kinderen krijgen te horen dat het Floris gelukt is. Floris is een echte ridder dankzij de hulp van de kinderen. Er vindt een ridderslag plaats in de klas. Niet alleen Floris is een echte ridder, maar alle kinderen uit de klas ook.

Werkkaart

Tijdens het project zijn ook de werkjes in de klas aangepast. De kinderen zijn o.a. aan de slag gegaan met de kralenplank, het stempelen van woorden, het verven van een schild, het construeren van een kasteel met grote en kleine blokken, hamertje tik, het vullen van de schatkist door het tellen van munten en de iPad. De werkjes sluiten aan binnen het thema.

 

Externe instantie

Dit project is ontworpen in samenwerking met de Muzerije. De Muzerije laat kinderen en jongeren op een actieve manier kennis maken met cultuur. De Muzerije heeft mij ondersteund in de dans en drama lessen binnen mijn project. 

Ontwerpprincipes

Tijdens dit project heb ik gebruik gemaakt van een aantal ontwerpprincipes. De ontwerpprincipes sluiten aan op mijn visie en de manier van werken binnen de stageschool. De ontwerpprincipes per domein worden hieronder weergegeven. 

PPO

  • ADDIE-model
  • Taxonomie van Bloom
  • Curriculaire Spinnenweb van den Akker
  • Verhalend ontwerpen
  • Gamification
  • Behaviorisme
  • 21st century skills 

Geschiedenis

  • Ontwikkeling van historisch tijdsbesef
  • Beeldvormers
  • Historisch denken en redeneren
  • Wijzer met erfgoededucatie 

Kunstzinnige oriëntatie

  • Leerplankader kunstzinnige oriëntatie
  • MVB-model
  • Culturele ladekast 

Rekenen

  • Handelingsmodel
  • De vier pijlers
  • Onderwijsleerprincipes van Zanten 

Taal

  • Intentioneel woordenschatonderwijs; viertakt
  • Mondelinge taalvaardigheid; onderwijsleergesprekken

 

Projectresultaten

Wat kijk ik enthousiast terug op dit thema! Het was ontzettend leuk om met kleuters en geschiedenisonderwijs aan de slag te gaan. Geschiedenisonderwijs is iets wat bij jonge kinderen gestimuleerd moet worden, doormiddel van dit thema heb ik dit zelf kunnen ervaren. Ik ben erachter gekomen dat er ontzettend veel manieren zijn om geschiedenisonderwijs bij jonge kinderen vorm te geven, denk aan een eenvoudige tijdbalk, een praatplaat, een kasteel en een film. De dans en drama lessen sloten op een goede manier

 

De natuur

Naam: Kaylee Bouleij 

Externe instantie: Het Groene Woud

Voor dit project heb ik samengewerkt met Diede Klanderman, H2 studente. Samen hebben wij gekeken om een project te ontwerpen waar we bouwoverstijgend zouden werken. De reden van Het Groene Woud om samen te werken met pabostudenten is om de natuur en Het Groene Woud weer bij de jeugd in beeld te brengen. 

Lees meer

Samenwerking

Voor dit project heb ik samengewerkt met Diede Klanderman, H2 studente. Samen hebben wij gekeken om een project te ontwerpen waar we bouwoverstijgend zouden werken. Zij heeft een reeks ontworpen voor de onderbouw (groep 3) en ik heb een onderwijsontwerp gemaakt voor de bovenbouw (groep 7). Deze reeksen zijn in samenhang met elkaar en bevatten een aantal dezelfde activiteiten met een andere invulling. 

Externe instantie

De externe instantie waarmee ik heb samengewerkt is ‘Het Groene Woud’. Het Groene Woud is een gebied van 35.000 hectare gelegen in de stedendriehoek ’s-Hertogenbosch – Eindhoven – Tilburg. In het centrum van Het Groene Woud liggen grootschalige natuurgebieden die in toenemende mate met elkaar verbonden worden. Uiteindelijk gaan de natuurgebieden een aaneengesloten oppervlakte vormen. De natuurgebieden bevatten beken en beemden, heidevelden, leembossen en kleinschalig cultuurlandschap.

Het doel van Het Groene Woud om samen te werken met pabostudenten was om de natuur en Het Groene Woud weer bij de jeugd in beeld te brengen. Omdat zij zo tevreden waren met hetgeen dat Diede en ik hebben ontworpen en uitgevoerd, hebben zij een persbericht de deur uitgedaan die verschenen is in verschillende kranten, webpagina’s en Facebookpagina’s, waaronder de pagina’s van Ondernemend Onderwijs en De Meierij.

Ook hebben wij voor allebei de groepen (3 en 7) voor ieder kind een Doe-Boek voor Groene Woudlopers mogen ontvangen, zodat de kinderen ook thuis zich verder kunnen ontwikkelen binnen natuuronderwijs. 

 

Projectbeschrijving

Het project is opgedeeld in 4 weken.

week 1. De kinderen hebben deze week deelgenomen aan een activiteitencircuit. In dit activiteitencircuit zijn de kinderen in groepjes bij 6 verschillende vakgeïntegreerde activiteiten langs gegaan. Elke ronde was een activiteit waarbij natuuronderwijs geïntegreerd was met het vak taal, rekenen, dans of drama. Tijdens het uitvoeren van de activiteiten hebben kinderen vlogs gemaakt over hun leerproces.

week 2. In week twee van het project is de klas opgedeeld in 7 groepen. Elke groep heeft een eigen onderwerp toegewezen gekregen, namelijk een van deze onderwerpen: biodiversiteit, voedselkringloop, Het Groene Woud, beschermde natuurgebieden, schimmels, planten en dieren/insecten. Binnen dit groepje hebben zij de opdracht gekregen om een presentatie voor te bereiden waarbij de vorm vrij was. Hierbij hebben zij verschillende middelen tot hun beschikking gehad zoals computers, encyclopedieën, woordenboeken en knutselmateriaal. Tijdens deze opdracht hebben de kinderen gewerkt met de 21st Century Skills.

week 3. In de derde week van het project hebben de kinderen hun presentaties gepresenteerd voor de klas. Bij elke presentatie hebben zij een extra activiteit toegevoegd die geïntegreerd is met taal, rekenen, dans of drama.

week 4. De laatste week van het project bestond uit omgevingsonderwijs. Onder begeleiding van boswachter en IVN-medewerker Henk Berntssen hebben de kinderen een onderzoekende boswandeling gehad in het nabijgelegen bosgebied 'De Geelders'.

 

Ontwerpprincipes

In mijn project ga ik uit van adaptief onderwijs. In het onderwijsontwerp is er rekening gehouden met verschillen tussen de kinderen en is het onderwijs afgestemd op de behoeften van de kinderen. Zij hebben tijdens dit project hun eigen leerproces in handen gehad. De betrokkenheid was erg groot, omdat de kinderen regie hadden over hun eigen werk- en leerproces. De basisbehoeften competentie, relatie en autonomie zijn erg gestimuleerd in dit project.

Voor het maken van een samenhangend ontwerp heb ik gebruik gemaakt van het Curriculaire Spinnenweb van v.d. Akker. Om deze zo goed mogelijk toe te passen in is het product het schema volledig uitgewerkt waarbij ik alle punten van het Spinnenweb aan de orde laat komen.

Om aan een rijke leeractiviteit te voldoen, heb ik een project ontwikkeld die een beroep doen op ‘het hogere orde denken’. Om dit te kunnen bereiken heb ik de Taxonomie van Bloom terug laten komen in dit ontwerp.

Een groot onderdeel van dit project zijn de 21st Century Skills. Tijdens het voorbereiden van de presentaties (3 middagen) hebben de kinderen alle vaardigheden van de 21st Century Skills getraind. 

Verder komen er didactische modellen voorbij als bijvoorbeeld het drieslagmogel, handelingsmodel en het MVB-model. Verder wordt er diep ingegaan op de kennisbases van de vakken.

 

Resultaten

Na afloop van het project heb ik een prakijkgericht onderzoek gehouden. Dit heb ik gedaan door een vragenlijst op te stellen waarbij ik vragen heb gesteld die te maken hadden met de leerdoelen, leeractiviteiten en leermiddelen. Vanuit de grafieken en percentages die uit de antwoorden gekomen zijn, kan ik concluderen dat de kinderen de vooraf gestelde leerdoelen gehaald hebben.

De kinderen zijn niet alleen met het leren van natuuronderwijs en haar begrippen bezig geweest, maar hebben zich ook ontwikkeld op taal, rekenen, drama, dans, sociaal-emotioneel en ICT-vaardiggebied.

 

Aftermovie 

Om een nog beter beeld te kunnen vormen van het project dat ik heb ontworpen en uitgevoerd, heb ik een ‘Aftermovie’ gemaakt met daarin foto’s, filmpjes en vlogs van de kinderen die zij gemaakt hebben tijdens de activiteiten.

Het filmpje kun je hier bekijken: https://www.youtube.com/watch?v=EBU76XRsxrg&t=2s

 

 

Stad in de Middeleeuwen

Naam: Pam de Wit

Externe instantie: Gemeente 's-Hertogenbosch, Kabinetszaken 

Op een actieve manier heb ik de kinderen laten kennismaken met het thema Stad in de Middeleeuwen. Samen met mijn externe instantie, kabinetszaken gemeente ’s-Hertogenbosch, heb ik een project voor de kinderen kunnen ontwerpen waarbij omgevingsonderwijs centraal stond. 

Lees meer

Ik heb een innovatieve, vakovertijgende en bouwoverstijgende lessenreeks ontworpen voor groep 7. Op een actieve manier heb ik de kinderen laten kennismaken met het thema Stad in de Middeleeuwen. Met dit project hebben de kinderen veel van en met elkaar geleerd, doordat ze vaak hebben samengewerkt. Ik gaf korte instructies, zodat de kinderen al snel zelf aan de slag konden met diverse opdrachten en activiteiten en daarmee wilde ik ook het zelfontdekkend leren gestimuleerd. Tijdens mijn lessen hebben de kinderen veel gebruik gemaakt van de IPad. De IPad en computer spelen een grote rol in het leven van de kinderen op dit moment en vandaar dat ik de mogelijkheden van nu ten volle heb benut. Samen met mijn externe instantie, kabinetszaken gemeente ’s-Hertogenbosch, heb ik een project voor de kinderen kunnen ontwerpen waarbij omgevingsonderwijs centraal stond. Tijdens de activiteiten heb ik continue de koppeling gemaakt met de stad ’s-Hertogenbosch zodat ik rekening hield met de leef en belevingswereld van de kinderen. Op de ze manier zorgde ik ook voor een grote betrokkenheid bij de kinderen omdat het onderwerp Stad in de Middeleeuwen op deze manier écht ging leven bij de kinderen.   

Korte uitleg van de activiteiten: 

Introductie

De eerste les van dit thema heb ik de kinderen aan de hand van het schilderij de Lakenmarkt laten raden waar het nieuwe thema over zou gaan (Stad in de Middeleeuwen met de koppeling naar ’s-Hertogenbosch). De kinderen hebben ook een woordweb, woordzoeker en werkblad gemaakt over de Middeleeuwen. De kinderen hebben de antwoorden van het werkblad met mijn tweeën opgezocht op de IPad.

 

Muurkrant

De kinderen hebben in groepjes een muurkrant gemaakt. Hier kregen ze twee lessen de tijd voor. Ieder groepje gaf antwoord op een van de volgende vragen: Wie was Floris V? Wat zijn stadsrechten? Waarom waren mensen bang voor heksen? Wat zijn Hanzesteden? Wat is een gilde? De kinderen informatieve filmpjes bekeken en informatie opgezocht op de IPad. Ze hebben bij ieder onderwerp ook de koppeling gemaakt naar de stad ’s-Hertogenbosch. Bijv.: Was ’s-Hertogenbosch een Hanzestad? Nee… Maar was ’s-Hertogenbosch wel een belangrijke handelsstad? Waar handelde de stad in? Verder hebben ze bij hun onderwerp een bijpassend filmpje en een bijpassend schilderij gezocht om te laten zien tijdens de presentatie (derde les). Bij het schilderij moesten ze ook de verschillende beeldaspecten kunnen benoemen. 

Project

Het project duurde de hele ochtend en daarbij zij de kinderen bezig geweest met vier verschillende opdrachten over de Middeleeuwen.

  • Taalopdracht middeleeuwen. De kinderen moesten een verhaal schrijven uit de tijd van de Middeleeuwen. Ze maakten daarbij de koppeling naar de stad ’s-Hertogenbosch. Ze probeerden zich voor te stellen dat ze wakker werden in de Middeleeuwen. Wat deed je toen de hele dag? Met theezakjes hebben de kinderen het verhaal oud gemaakt. Daarna heb ik de randjes van het papier verbrand, zodat het verhaal heel oud leek.
  • Rekenopdracht middeleeuwen. De kinderen hebben een vooraanzicht, zijaanzicht en een bovenaanzicht van een kasteel gemaakt. Met blokjes maakten ze vervolgens dit kasteel. Met behulp van hoogtepunten en afbeeldingen hebben de kinderen daarna geprobeerd de Sint Jan na te maken.
  • KO-opdracht middeleeuwen. Op tafel lagen plaatjes van de stad ’s-Hertogenbosch. De kinderen hebben een middeleeuwse tekening gemaakt. Bij het maken van de tekening moeten de kinderen rekening houden met twee eisen: Je moest kunnen zien dat de tekening gemaakt was in de Middeleeuwen en er moest iets inzitten zodat je kon zien dat het de stad ’s-Hertogenbosch in de middeleeuwen was. Ze hebben daarbij op de verschillende beeldaspecten gelet.
  • De kinderen gingen op de IPad aan de slag met de game: lakenmarkt ’s-Hertogenbosch. Ze kropen daar als het ware in de stad ’s-Hertogenbosch in de middeleeuwen en maakten zo een aantal leuke, uitdagende opdrachten. Wanneer ze 40 punten hadden, waren ze inwoner van ’s-Hertogenbosch en kregen ze een oorkonde. 

Les 4 ‘s-Hertogenbosch

Met behulp van mijn externe instantie had ik kunnen regelen dat de kinderen in rondleiding kregen door de stad ’s-Hertogenbosch. O.l.v. onze gemeentelijke gids hebben de kinderen prachtige dingen gezien die nog zijn bewaard zijn gebleven uit de Middeleeuwen. De kinderen hebben een maquette gezien waarop je zag hoe de stad ’s-Hertogenbosch er 500 jaar geleden uitzag. De maquette was gemaakt op schaal 1:800. De kinderen hebben uitgerekend hoeveel meter de Sint Jan hoog was in de Middeleeuwen en wat het verschil is met nu. Ook liet ik ze uitrekenen hoeveel kilometer ze vandaag gingen lopen. Dit deden ze door het maken van een schaallijn. Verder hebben de kinderen de trouwkamer in het Stadhuis bekeken. Dit is een van de oudst bewaard gebleven stenenpanden van onze stad. Ze zijn ook bij het Bastionder geweest. Daar hebben ze een film gezien over de Middeleeuwen in ’s-Hertogenbosch en het kanon De Boze Griet bekeken. Tot slot hebben ze Sint Jan beklommen. Voordat we de Sint-Jan opgingen vertelde de gids dat de Sint-Jan er rond de Middeleeuwen heel anders uitzag. Door een brand is de middentoren van de kerk ingestort en het gehele deel dat verwoest was, volledig gerestaureerd (behalve de middentoren). Er is dus nog maar één torentje over dat deels dateert uit de Romaanse tijd en via dat torentje zijn de kinderen de klim begonnen. Tijdens deze dag hebben de kinderen gezien dat er veel bewaard is gebleven van de Middeleeuwen in de stad ‘s-Hertogenbosch. Er is ook veel gerestaureerd om zo de gebouwen en kerken te kunnen doorgeven aan volgende generaties. De kinderen hebben leren waarderen wat vorige generaties hebben gebouwd en gerealiseerd (cultureel erfgoed). Het is mijn bedoeling om hun generatie weer bewust te maken dat zij de Middeleeuwse gebouwen de komende generaties blijven waarderen en onderhouden. Deze dag hebben de kinderen in groepjes de mooiste momenten gefilmd. Op school hebben de kinderen de filmpjes gemonteerd.

 

Externe instantie

Ik ben een samenwerking aan te gaan met Bestuurs- en Algemene Zaken/ Kabinetszaken 's-Hertogenbosch. Zij zijn verantwoordelijk voor alle activiteiten van het stadsbestuur en het lief en leed waaraan door het stadsbestuur uiting gegeven wordt. Je moet dan denken aan herdenkingen/ koninklijke ontvangsten/ onderscheidingen/ openingen enz. Zij zijn ook verantwoordelijk voor de educatie aan jeugd als het gaat om politiek, democratie, de taken van de gemeente en de historie van de stad 's-Hertogenbosch.  Kabinetszaken vroeg van mij om te onderzoeken of het aanbod dat zij hebben voor met name jonge kinderen aansluit bij hun leef- en belevingswereld. De kinderen kregen een rondleiding door de 'middeleeuwse' stad en na afloop heb ik met de kinderen besproken wat ze ervan hebben geleerd, wat ze leuk vonden en wat misschien een volgende keer anders/beter kan. Deze feedback van de kinderen heb ik teruggeven terug aan Kabinetszaken, zodat zij hier in de toekomst eventueel rekening mee kunnen houden. 

Ik heb een goede samenwerking gehad met de Gemeente ‘s-Hertogenbosch en vanuit het belang dat zij hadden en ik had hebben we elkaar versterkt.

Onderwijsprincipes 

PPO: Ik heb mijn project ontwikkeld aan de hand van het Curriculaire spinnenweb van Van den Akker. Met dit spinnenweb laat ik zien dat er in mijn lessen sprake is van samenhangend geheel. Verder heb ik ook gewerkt via de cyclus van opbrengstgericht onderwijs en daarbij heb ik goed nagedacht over hoe ik uitdagende en betekenisvolle lessen voor de kinderen kon ontwerpen. Ik heb lessen ontworpen waarbij ze niet veel hoefden te luisteren, maar vooral veel konden doen. Het constructivisme gaat ervan uit dat het verwerven van kennis en vaardigheden niet zozeer het gevolg is van een directe overdracht van kennis door de docent, maar eerder het resultaat van denkactiviteiten van de kinderen zelf. Ik heb bewust geen informatie voorgekauwd, maar ze juist zelf laten nadenken. Het zelfontdekkend leren heeft positieve effecten op kinderen doordat ze intrinsiek gemotiveerd worden. Er was tijdens het project heel veel ruimte voor interactie met elkaar. Door ze afwisselde lessen aan te bieden, kon ik (proberen) rekening te houden met de behoefte van de leerlingen. Omdat het een vernieuwend onderwijsontwerp moest worden, heb ik ervoor gekozen om de 21st century skills terug te laten komen in mijn ontwerp. 

Geschiedenis: Voor geschiedenis heb ik mezelf verdiept in historisch tijdsbesef en historisch redeneren. ‘’Door het ontwikkelen van het historisch tijdsbesef kunnen leerlingen gebeurtenissen in de tijd plaatsen, zich er een voorstelling bij maken en verschillende tijden met elkaar en met ‘nu’ vergelijken. Dit is ook essentieel voor de algemene ontwikkeling van kinderen. Op deze manier leren kinderen op een steeds hoger niveau historisch redeneren, het heden begrijpen en kritisch denken’’ (Groot-Reuvekamp, M.). Tijdens mijn lessenreeks zijn verschillende historische begrippen gebruikt in mijn lessen en heb ik verschillende historische vragen aan de kinderen gesteld. Deze vragen hebben de kinderen in groepjes proberen te beantwoorden met behulp van internetbronnen. Tijdens de activiteiten hebben de kinderen kritisch nagedacht over de onderwerpen en zijn ze met elkaar in overleg gegaan over continuïteit en verandering. 

KO: Binnen kunstzinnige oriëntatie is het (cyclische) creatieve proces (cirkelmodel) het uitgangspunt voor de inhoud van het onderwijsaanbod. Aandachtspunten bij de fasen van het creatieve proces: enthousiast maken, informeren en instrueren, vrijheid en structuur bieden, stimuleren op keuzen te maken, constructieve feedback geven en ontvangen. Ik heb voor dit model gekozen omdat ik het heel belangrijk vind dat de kinderen hun creativiteit kunnen gebruiken tijdens de lessen. In mijn lessen voor KO is het BVM-Model ook teruggekomen ik heb hier het onderwerp cultureel erfgoed aan gekoppeld.

Taal: Voor taal is gebruik gemaakt van het didactische model Viertakt (woordenschat), het didactisch model stelles (schrijven) en het directe instructie model (voor begrijpend lezen).  Ik heb hiervoor gekozen omdat ik de kinderen veel nieuwe woorden wilde leren over het thema Stad in de Middeleeuwen en ook omdat begrijpend lezen en schrijven (en dus ook Spelling) belangrijke onderwerpen zijn in het taalonderwijs. 

Rekenen: Bij rekenen heb ik het handelingsmodel gebruikt omdat de vier niveaus van handelen een ingang vormen om in te spelen op de onderwijsbehoeften van de kinderen. Ook heb ik de vier pijlers terug laten komen in mijn ontwerp omdat deze pijlers de basis vormen van een goede rekenles en omdat deze pijlers zijn niet alleen toe te passen in volledige lessen maar ook in korte activiteiten.

 

 

 

Projectresultaten

Aan het eind van mijn project, heb ik met de kinderen een quiz gedaan en ik heb ik bij de kinderen een vragenlijst afgenomen. Op deze manier kon ik zien of de kinderen de doelen hadden behaald. Uit de resultaten is gebleken dat de kinderen veel plezier hebben beleefd aan de activiteiten en dat ze veel hebben geleerd. Zelf heb ik ook veel geleerd en ik weet nu hoe je een innovatieve, vakoverstijgende en bouwoverstijgende lessenreeks kunt maken. Tijdens de lessen heb ik zelf ook kunnen genieten omdat ik zag hoe enthousiast de kinderen bezig waren met de activiteiten. Ik heb geleerd ondernemend te zijn doordat ik zelf opzoek ben gegaan naar een externe instantie en doordat ik ouders en het schoolbestuur bij mijn project heb betrokken. Dankzij de samenwerking met Kabinetszaken Gemeente ’s-Hertogenbosch, ben ik met de kinderen van groep 7 aan de slag gegaan met omgevingsonderwijs. O.a. door de stadswandeling die we kregen aangeboden, maar ook doordat ik in mijn lessen steeds een koppeling maakte naar ’s-Hertogenbosch, was er een grote betrokkenheid van de kinderen. Ik vond het een leuk, leerzaam thema en ik hoop dat ik jullie een goed beeld heb kunnen geven van mijn lessenreeks, Stad in de Middeleeuwen!

Ik heb een film gemaakt van alle activiteiten die de kinderen hebben gedaan. I.v.m. de privacy van de leerlingen maak ik de link naar deze film niet openbaar. Mocht u interesse hebben in deze film, kunt u contact opnemen.

 

Beroepen van vroeger en nu

Naam: Daan van der Heijden 

Externe instantie: museum ’t Brabants leven

Dit innovatief lesontwerp bestaat uit vier lesmiddagen. In deze middagen staat telkens een beroep centraal. De beroepen zij gekoppeld aan een domein, zo staat telkens een domein centraal in de desbetreffende middag. Vanuit dat domein integreer ik verschillende concepten vanuit andere domeinen.

Lees meer

Beschrijving.

Dit innovatief lesontwerp bestaat uit vier lesmiddagen. In deze middagen staat telkens een beroep centraal. De beroepen zij gekoppeld aan een domein, zo staat telkens een domein centraal in de desbetreffende middag. Vanuit dat domein integreer ik verschillende concepten vanuit andere domeinen. Ook staat er in een van deze vier lesmiddagen een bezoek aan het museum gepland. Dit is in te delen naar keuze, ik heb gekozen voor de laatste lesmiddag.

Korte lesbeschrijvingen.

Les 1: De winkel.

In deze lesmiddag stond het beroep werken in de winkel centraal. Hierin koppelde ik de domeinen rekenen, taal en geschiedenis met elkaar. Eerst moesten kinderen materialen op de juiste tafel zetten. Op deze tafels lagen bladeren met daarop: onze tijd en lang geleden.  Hier ben je bezig met ontluikend historisch tijdsbesef. Vervolgens maken kinderen een eigen winkel in een coöperatieve werkvorm. Ze maken een prijslijst (taal) en vervolgens kopen kinderen spullen bij elkaar, het betalen met geld (rekenen). Er is hier dubbele controle. Iemand moet het goede bedrag neerleggen, en degene van de winkel controleert of het bedrag klopt. Ook is er mondeling veel interactie ook weer taal.

Les 2: De postbode.

In deze lesmiddag stond het beroep postbode centraal. Hierin koppelde ik de domeinen taal, geschiedenis en beeldende vorming. Het principe is in het begin van de les hetzelfde. Het ontluikend historisch tijdsbesef met materialen uit het museum. Vervolgens schrijven kinderen zelf een brief een versieren de brief naar het gevoel waar op de brief is geschreven. Hier ben ik bezig met beeldende vorming en taal. Vervolgens deden we de brief op de post. Zo laten we kinderen echt zien hoe dit te werk gaat.

Les 3: De timmerman/metselaar.

Ook was het begin van de les het zelfde als in les 1 en 2. De kinderen begonnen weer met ontluikend tijdsbesef te ontwikkelen. Vanuit daar gingen kinderen op in verschillende hoekenwerken. Ze mochten metselen met suikerklontjes, timmeren met spijkers hamers en hout, verbindingen maken, meten van materialen zoals deuren, tafels of elkaar, en het maken van een piratenschip met kapla. Hier waren kinderen bezig met de volgende domeinen. Geschiedenis, rekenen, taal en beeldende vorming.

Les 4: Bezoek aan het museum.

Ik en Toon (gids) hebben de rondleiding verzorgd voor de klassen 3 en 4. Vervolgens het gehele project met de kinderen besproken en geëvalueerd. Het is perfect gekoppeld aan de lessen, ouders die rijouders waren kwamen dagen daarna nog langs om te vertellen dat zij het ook geweldig vonden.

 

Doelen.

In mijn innovatief ontwerp komen ook verschillende kerndoelen naar voren. Vanuit deze kerndoelen zijn weer nieuwe tussendoelen uitgewerkt. Kerndoelen die naar voren komen in dit ontwerp zijn: 54, 56, 5, 8, 25, 26 en 51.

Externe instantie.

Mijn externe instantie is het museum ’t Brabants leven. Dit museum ligt in Den Dungen. Mijn keuze was snel gemaakt wanneer deze goed was gekeurd. Waarom? Omdat het museum van mij opa is en hij mij al als klein kind mee liet schoonmaken en rondlopen. Ik ben met dit museum dus groot gebracht. In dit museum zijn meer dan 35 beroepen uitgestald van vroeger. Ook wel vroegere ambachten genoemd. Er zitten beroepen bij die nu nog bestaan zoals de timmerman, leerkracht of dokter. Maar beroepen zoals sigarenmaker, slotenveger en vlechter zitten daar in deze tijd niet meer bij. Geweldig om kinderen te laten zien wat er in tientallen jaren is veranderd.

Ontwerpprincipes.

Waar ben ik in dit innovatief lesontwerp voor al mee bezig geweest? Ik heb vanuit de pabo verschillende principes gebruikt in de lessen.

  • Mentaal handelen
  • Big idea
  • Stappenplan schrijven
  • Spinnenweb v.d. Akker
  • Ontluikend historisch tijdsbesef
  • Vier fasen in het creatieve proces

 

 

Resultaat.

Na het uitvoeren van het innovatief lessenontwerp heb ik nog een onderzoek gehouden. Vanuit daar zijn een aantal resultaten gekomen. Ik heb gebruikt gemaakt van interviews en klassikale vragenlijst. Omdat kinderen woorden moeilijk op papier krijgen, heb ik hiervoor gekozen. Uit deze interviews en vragenlijst zijn een aantal resultaten verschenen.

Korte conclusies die kinderen benoemen:

  • Ik weet wat er nodig is om een brief te versturen.
  • Ik weet wie er een brief verstuurd.
  • Ik weet wat voor woorden er in de zin staan. (doe-woorden en onderwerp)
  • Ik kan nu een stevige muur bouwen in verband.
  • Ik kan sommen boven de tien uitrekenen.
  • Ik kan meer dan drie spullen kopen in de winkel en weet wat ik af moet rekenen.
  • Ik heb op een leuke manier zinnen schrijven gehad. (motivatie)
  • Ik kan alle steenlagen tellen tot het plafond.
  • In 1 meter zit 100 centimeter.

 

Transport van water

Naam: Lotte van de Wiel

Externe instantie: Waterschap Brabantse Delta

Waterschap Brabantse Delta vindt het belangrijk om kinderen te laten leren over water. Dit komt namelijk nog weinig aan bod binnen de scholen. Deze instantie heeft een digitaal programma ontworpen waar scholen gebruik van kunnen maken. Het is een leuk programma met veel tips en weetjes over water, gericht op alle leeftijdsniveaus. 

Lees meer

OBS de Hoef/Hugo groep 6B.

Ik heb ervoor gekozen om in dit lesontwerp samen te werken met de externe instantie; waterschap Brabantse Delta. Waterschap Brabantse Delta vindt het belangrijk om kinderen te laten leren over water. Dit komt namelijk nog weinig aan bod binnen de scholen. Deze instantie heeft een digitaal programma ontworpen: Droppie. Scholen kunnen hier gebruik van maken. Droppie is een leuk programma waar veel tips en weetjes leest over water, gericht op alle leeftijdsniveaus. Er was alleen nog geen lesontwerp dat aansloot bij dit programma. Dit lesontwerp heb ik ontworpen voor de middenbouw.

 

1. Projectbeschrijving.

Kerndoelen: 2. 4. 12. 24. 33, 39, 44, 48, 49 en 54.

In het project gaan de kinderen aan de slag met het transporteren van water. Binnen de drie lessen word er aandacht besteed aan natuur, techniek, taal, rekenen, kunstzinnige oriëntatie en aardrijkskunde. De kinderen leren van alles over het transporteren van water. Het ervaren en doen staat centraal binnen de lessen die aan bod zullen komen.

Deze lessenreeks bestaat uit vier lessen, waar de excursie één onderdeel van is.

  • Les 1: de kinderen ontwerpen in groepjes een waterbaan. De kinderen onderzoeken welke materialen handig zijn om te gebruiken en wanneer we de ontwerpen uittesten reflecteren de kinderen op hun eigen ontwerp.
  • Les 2: de kinderen leren wat een broeikaseffect is. De kinderen leren waarom het goed transporteren van water in de toekomst steeds belangrijker wordt. Dit leren de kinderen a.d.h.v. een praatplaat. De kinderen leren de delta van Nederland kennen. De kinderen krijgen voorkennis aangeboden over de excursie bij het gemaal keizersveer, die na deze les wordt aangeboden.
  • Les 4: we hebben in de vorige op micro- en mesoniveau gekeken naar het transporteren van water. In deze les gaan de kinderen het onderwerp op macroniveau bekijken. De kinderen bekijken in groepjes welke problemen met water voor komen in bepaalde gebieden op de wereld. De kinderen bedenken hier een oplossing voor. De opbrengst van deze les presenteren de kinderen in de kijkmiddag aan hun klasgenoten en ouders.

 

2. Ontwerpprincipes.

Ik heb de keuze gemaakt binnen mijn innovatieve ontwerp te werken met verschillende didactische modellen gekoppeld aan de domeinen taal, rekenen, KO, generiek en OJW. De LOOL didactiek stond elke les centraal waarbij de kinderen hebben onderzocht en ontworpen. Hieronder staat de overige didactische modellen die ik heb gebruikt.

- Meervoudige intelligentie: ik heb ervoor gekozen om van deze theorie gebruik te maken binnen mijn lessenreeks, omdat ik vind dat kinderen de kans moeten krijgen om hun eigen talent te kunnen ontwikkelen, hun eigen talent te kunnen gebruiken en omdat deze theorie goed aansluit bij de LOOL-didactiek.

- Spinnenweb van den Akker: in mijn onderzoek heb ik gebruik gemaakt van het spinnenweb van den Akker. Dit spinnenweb heeft duidelijke richtlijnen. Deze richtlijnen heb ik in mijn onderzoek gebruikt, zodat ik gericht vragen kan stellen aan de kinderen.

- Schema van Bloom: ik heb niet alleen aan de hand van Tule doelen ontworpen, maar ik heb ook gebruik gemaakt van het schema van Bloom. Door hiervan gebruik te maken, kan ik de doelen nog meer afstellen op het niveau van het kind.

- De Viertakt van taal: de kinderen leren in deze erg veel nieuwe begrippen. Ik vind het daarom belangrijk om hier het model van de Viertakt voor te gebruiken. Zodat je de kinderen op een juiste manier de begrippen aanleert, en waardoor de opbrengst van dit onderdeel uiteindelijk hoger is.

- Informatieverwerking: de kinderen zijn in les vier bezig met het onderzoekend leren. Daarbij moeten de kinderen voor hun niveau ontzettend veel informatie verwerken. Om de kinderen hiervoor handvaten aan te bieden, maak ik gebruik van het onderdeel informatieverwerking van taal. Je geeft hierdoor de kinderen over hoe ze de informatie moeten samenvatten, welke subkopjes er nodig zijn en hoe je de teksten moet lezen.

- Handelingsmodel: bij het opmeten van de snelheid van de waterbaan die de kinderen hebben gemaakt, heb ik gebruik gemaakt van het handelingsmodel. Meten in dm is voor de kinderen nog een nieuw onderwerp. Hierdoor is het belangrijk dat je de opdracht afstelt op het niveau van de kinderen. Ik begin dus op een informeel niveau en later in de lessenreeks werk je dit uit naar het niveau voorstellen – abstract.

- Drieslagmodel: dit model legt de basis voor het rijkrekenprobleem van les 2. Om ervoor te zorgen dat mijn rekenprobleem betekenisvol, uitdagend en op het niveau van de kinderen is geformuleerd, maak ik gebruik van dit model.

- De geografische kubus: het aardrijkskunde gedeelte in deze les is heel klein en overlapt dit eigenlijk het vak natuur in les 4. Toch vind ik het belangrijk om jezelf ervan bewust te zijn dat je ook met dit vak bezig bent.

 

3. Projectresultaten.

Ik heb een filmpje gemaakt ter introductie van mijn lesontwerp. In dit filmpje staan foto’s en wordt er beknopt verteld wat mijn lessenreeks inhoudt.

- Filmpje.

Wat ik heb bereikt met het ontwerpen en uitvoeren van dit innovatieve ontwerp is dat ik nu weet hoe ik een ontwerp kan maken waarbij ik veel verschillende vakken aan elkaar koppel en waarbij de leidraad onderzoekend leren is.  

Uit onderzoek is gebleken dat de kinderen kennis op hebben gedaan over het transporteren van water. Uit onderzoek is ook gebleken dat de kinderen het leuk en uitdagend vinden om onderzoekend te leren. Op een enkeling na geven alle kinderen aan dat ze dit een leuk onderwerp vinden, waar ze niet veel van wisten. De kinderen willen dit graag nog vaker doen, maar dan wel met verschillende onderwerpen.

 

 

Oude voorwerpen verzamelen

Naam: Kirsty Schreuders       

Externe instantie: Stadsarchief Oss

In dit project vinden de kinderen op een ochtend allerlei vreemde voorwerpen in de klas. Van wie zouden deze voorwerpen zijn? We komen er, door middel van een logo achter dat een deel van de spullen van het Stadsarchief zijn.

Lees meer

Projectbeschrijving

In dit project heb ik me gericht op oude voorwerpen en documenten(kopieën en digitale documenten) vanuit het Stadsarchief Oss. In dit project vinden de kinderen op een ochtend allerlei vreemde voorwerpen in de klas. Van wie zouden deze voorwerpen zijn? We komen er, door middel van een logo achter dat een deel van de spullen van het Stadsarchief zijn. Maar omdat het Stadsarchief de voorwerpen niet gelijk op kan komen halen, blijven ze nog even in de klas liggen. In die tijd hebben we de ontdekhoek ingericht met de voorwerpen, gespeeld alsof we in de tijdmachine teruggaan naar de tijd waarin grootouders nog jong waren en we hebben een tentoonstelling van oude voorwerpen gemaakt. De kinderen mochten zelf ook nog een oud voorwerp van thuis meenemen. Uiteindelijk hebben we ook nog bezoek gehad van het Stadsarchief en heeft ze van alles laten zien!

Externe Instantie

Stadsarchief Oss

 

Ontwerpprincipes

OJW: Op het gebied van OJW heb ik me vooral gericht op het historisch tijdsbesef en het historisch denken en redeneren. Met behulp van veel beeldvormers als échte voorwerpen, afbeeldingen, filmmateriaal en het doen worden de lessen op een speelse en betekenisvolle manier vormgegeven.

KO: De werkvorm teacher-in-role, rollenspel en het MVB model hebben het KO-gedeelte van het project gevuld. Door te ‘doen alsof’ konden de kleuters zich helemaal inleven, wat past bij de natuurlijke fantasie en het magisch denken bij kleuters.

Rekenen: Vanuit rekenen staat het synchroon en resultatief tellen centraal. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan de herkenning van het getalsymbool. Ik heb het drieslagmodel als uitgangspunt genomen.

Taal: Mondelinge taalvaardigheid heeft een grote rol gekregen binnen het project. Door te werken via de principes van het verhalend ontwerpen, zijn de activiteiten redelijk talig. Kringgesprekken hebben het doel taalproductie uit te lokken door vragen (op niveau van het kind) te stellen. Ook wordt er gewerkt aan de woordenschatontwikkeling.

Projectresultaten

Wat hebben de kinderen genoten van dit project. Door hier een hele week, op elke dag tijdens de activiteiten maar ook tijdens het werken mee bezig te zijn, leefde het project enorm. Vooral de ontdekhoek met de oude voorwerpen was een hit. De kinderen hebben op een betekenisvolle en speelse manier heel veel dingen geleerd over de oude voorwerpen, en over de tijd toen grootouders nog jong waren.

 

Het theater in de Middeleeuwen

Namen: Manon van Dijk en Bas van Haaren 

Externe instantie: Theater De Speeldoos in Vught

In het gedeelte voor groep 7 leren de kinderen over de Middeleeuwen en hoe het theater er in die tijd uitzag.

Lees meer

In het gedeelte voor groep 7 leren de kinderen over de Middeleeuwen en hoe het theater er in die tijd uitzag. De werkwijze is geïnspireerd door de methode Topondernemers gecombineerd met de volgende onderwijstheorieën:

  • Historisch Tijdsbesef
  • Meervoudige intelligentie
  • Breinleren
  • Taxonomie van Bloom
  • Cultuur Loper

De kinderen krijgen een rondleiding door het theater zodat ze een goed beeld hebben van het theater en de bijbehorende werkzaamheden van vandaag de dag.

Tijdens de werklessen gaan de kinderen aan de slag met het maken van een film. De kinderen worden ingedeeld in groepjes aan de hand van een Meervoudige intelligentie test en werken daarom binnen hun eigen talenten. Samen zijn ze verantwoordelijk voor het eindproject en deze verantwoordelijkheid wordt ook echt gevoeld. Binnen deze werklessen wordt niet alleen aandacht besteed aan cultuureducatie en kunstzinnige oriëntatie. Ook taal en rekenen hebben binnen het project een plek.

Voor groep 1-2 begon het thema met een spannende doos en brief van het theater. De films waren verdwenen en het theater vroeg aan ons of wij een nieuwe film wilden maken! De kinderen leren over de tijd van ridders en kastelen door verschillende thematische lessen. Daarnaast worden er groepjes gevormd en oefenen we de scenes voor de film.

De volgende onderwijstheorieën worden hierbij ingezet:

  • Meervoudige intelligentie
  • Breinleren
  • Taxonomie van Bloom
  • Cultuurloper
  • Historisch tijdsbesef

Alle kinderen hebben een rondleiding in het theater gehad, zodat ze weten hoe een theater eruit ziet en wat er allemaal achter de schermen gebeurt. Hierbij hebben ze ook uitleg gehad over het mengen van kleuren en het oefenen voor een grote spiegel.

Binnen dit thema wordt naast geschiedenis ook veel aandacht besteed aan taal en rekenen, ruimtelijk inzicht en kunstzinnige oriëntatie. Het uitgangspunt van dit thema is, onder andere door te werken met meervoudige intelligentie, dat ieder kind met zijn eigen talent aan de slag gaat. Spelenderwijs leren over de middeleeuwen is het uiteindelijke doel, wat met vernieuwende activiteiten behaald wordt.

Het resultaat van dit project is een film over de middeleeuwen, gemaakt en gespeeld door de leerlingen van groep 1-2 en groep 7! Deze film krijgt een echte première in theater de Speeldoos in Vught.

 

De natuur in

Namen: Kim Latten en Elisa van Rooy

Externe instantie:  De Heinis experience

Deze lessenreeks werkt vanuit de theorie meervoudige intelligenties. Alle leerlingen werken aan een eigen project (doekaart). Op de doekaarten staat beschreven wat voor soort project het is. De leerlingen zijn door deze kaarten niet alleen bezig met het domein natuur, maar ook met alle andere domeinen.

Lees meer

 

Projectbeschrijving 

Deze lessenreeks werkt vanuit de theorie meervoudige intelligenties. Alle leerlingen werken aan een eigen project (doekaart). Op de doekaarten staat beschreven wat voor soort project het is. De leerlingen zijn door deze kaarten niet alleen bezig met het domein natuur, maar ook met alle andere domeinen. Zo kan een leerling die het leuk vind/goed is in rekenen kiezen voor een rekenknappe kaart. Op deze kaart komen de domeinen rekenen en natuur samen. We sluiten de lessenreeks af met een speurtocht door het natuurgebied de Heinis. Deze tocht lopen de leerlingen aan de had van de app Troovie.

Ontwerpprincipes

PPO: Ons product is gebaseerd op de theorie van Gardner. Gardner is de grondlegger van meervoudige intelligenties. Hij zag in onderzoeken naar voren komen dat sommige personen veel intelligentie hadden op een bepaald leergebied, terwijl diezelfde persoon op andere leergebieden weinig intelligentie hadden. Deze theorie (en ons product) bestaat uit de volgende acht intelligenties (Resing, 2007): Linguïstische intelligentie, Ruimtelijke intelligentie, Logisch-wiskunde intelligentie, Muzikale intelligentie, Lichamelijke-bewegingsintelligentie, Intrapersoonlijke intelligentie, Interpersoonlijke intelligentie, Naturalistische intelligentie.

OJW: Vanuit OJW is ons product gebaseerd op het onderzoekend leren. Dit hebben we gerealiseerd aan de hand van het didactisch model van Margadat- van Arcken. De leerlingen zijn vanuit hun natuurbeleving aan de slag gegaan en hebben zo hun eigen project opgezet.

KO: Voor KO hebben wij het domein dans gekozen. Bij het ontwerpen van de dansles hebben we de vertaalmethodiek gebruikt. Om een goede dansles te ontwikkelen, moeten alle fasen van deze methodiek doorlopen worden.

Rekenen: Achter de rekenknappe kaarten zitten het handelings- en ijsbergmodel.

Taal: Voor het domein taal gebruiken we het didactisch model voor een stelles. Er zijn een aantal doekaarten waar de leerlingen iets moeten schrijven. Zij zullen de 5 fasen van een stelles doorlopen.

Resultaten

Zoals je op de foto’s kunt zien was het uitvoeren van ons project een groot succes. De leerlingen hebben hard gewerkt aan hun project en zijn erg met de natuur bezig geweest. Voor ons heeft het uitvoeren van het vooral opgeleverd dat we erachter zijn gekomen dat dit project in een groep vanaf 5 en hoger beter tot z’n recht kan komen dan in groep 4. Als je dit in groep 4 uitvoert ga je meer in op natuurbeleving, dan op het behalen van de doelen. Dat dit project inspeelt op de natuurbeleving van kinderen, hebben we goed terug gezien.

 

Communicatie door de tijd heen.

Namen: Sabine van der Kammen, deels met Laura Kapaan

Externe instantie: Erfgoed Brabant

Ik heb met kinderen gekeken naar de geschiedenis van communicatie, de ontwikkelingen daarvan, de ontwikkeling in technologie, waar we nu staan en waar we in de toekomst misschien wel heen zullen gaan. 

Lees meer

De externe instantie waarmee ik heb samengewerkt, is ‘’Erfgoed Brabant’’. Erfgoed Brabant heeft bij ons een aantal gastlessen verzorgd over het belang van erfgoed en wat daar allemaal onder wordt verstaan. Dit sloot heel goed aan bij mijn onderwerp ‘’communicatie door de tijd heen’’. Erfgoed Brabant heeft mij handvaten gegeven voor het geven van goede erfgoedlessen op de basisschool. Daarnaast hebben Dieuwertje en Ingeborg (contactpersonen Erfgoed Brabant) mij goed geholpen met het verzamelen van verschillende soorten bronnen. Tot slot heb ik nog een cursus ‘’Wijzer met Erfgoed’’ afgesloten.

Projectbeschrijving:

Ik heb met kinderen gekeken naar de geschiedenis van communicatie, de ontwikkelingen daarvan, de ontwikkeling in technologie, waar we nu staan en waar we in de toekomst misschien wel heen zullen gaan. Ik heb leerlingen interviews af laten nemen met (groot)ouders, waarvan zij de verhalen hebben verwerkt tot een artikel. Ik heb hele grote tijdlijnen gemaakt, zodat leerlingen zich bewust werden van het bestaan en ontstaan van communicatie. Ik heb ook samen met de leerlingen gekeken naar hun gebruik in communicatie tegenwoordig en vergeleken met jaarlijkse onderzoeken die steeds gepubliceerd worden. Tot slot heb ik kinderen een dansles aangeboden, waarin het onderwerp centraal stond en waarin zij ook ervaarden dat geschiedenis en toekomst gekoppeld kan worden aan beweging.

Ontwerpprincipes

Ik heb dit lesontwerp ontwikkeld aan de hand van het curriculair spinnenweb van Van den Akker en het toepassen van de taxonomie van Bloom. Op deze manier kon ik goede, inhoudelijke leerdoelen stellen voor de leerlingen, en door gebruik te maken van het curriculair Spinnenweb, heb ik van tevoren nagedacht over de indeling van mijn ontwerp, de leerdoelen, leeractiviteiten, de leerruimte en leeromgeving en zo dus een logisch opgebouwd lesontwerp gemaakt. Na het uitvoeren zal ik mijn methode evalueren en aanscherpen. Ook heb ik het ADDIE-model toegepast, waardoor ik niet meteen in de uitvoer modus ben geschoten, maar eerst heb nagedacht over een ontwerp, het stellen van leerdoelen en de ontwerpeisen die daarbij komen kijken. Hierdoor heb ik beter nagedacht over het ontwerp zelf en heb ik ook beter rekening kunnen houden met de bijbehorende theorie. Ook heb ik er voor gezorgd dat het sociaalconstructivisme aan bod is gekomen. Ik heb gezorgd voor interactief leren tussen leerlingen, door activiteiten te organiseren waarbij ze samen moeten werken. Door de kinderen zelf een presentatie te laten maken over een zelf gekozen onderwerp, kiezen de leerlingen  hun eigen doelstellingen, maar zijn ze ook bezig met zelfstandig leren, zoals: het verdelen van de taken, zorgen dat iedereen de juiste kennis krijgt en zorgen dat er iets staat op het moment van de deadline. Ik heb gezorgd voor betekenisvol leren door mijn activiteiten daar op af te stemmen en door een onderwerp te kiezen wat in de belevingswereld van de leerlingen ligt. Tot slot heb ik in mijn lesontwerp gebruik gemaakt van een interdisciplinaire aanpak. Wat is de verandering en de continuïteit met betrekking tot communicatie? Dit hebben de leerlingen eerst onderzocht door een interview af te nemen met (groot)ouders en dus zijn ze bezig geweest met taal. Vervolgens hebben ze dat verwerkt in een artikel en zijn we met de gevonden resultaten verder gegaan met geschiedenis: welke communicatiemiddelen waren er dus allemaal? Hoe werden die gebruikt en hoe vaak? De vergelijking met nu is gemaakt met het vak rekenen: hoe bereikbaar zijn de leerlingen nu? Wat gebruiken ze nu en vroeger niet? Er is dus een overkoepelend thema, waaraan de vakken in relatie met elkaar verbonden zijn.

Ontwerpprincipes binnen de verschillende vakken :

OJW: Binnen het vakgebied geschiedenis ligt de nadruk voor op historisch besef, dit bestaat uit de volgende delen:

  • De ontwikkeling van tijdsbesef
  • Kennis van inzicht in de historische werkelijkheid
  • Historisch denken en redeneren

Daarnaast heb ik bij geschiedenis ook nog gebruik gemaakt van erfgoed didactiek, in samenwerking met mijn externe instantie.

KO: Voor KO heb ik een dansles gegeven, waarin ik gebruik heb gemaakt van de 5 lesfases om een dans op te bouwen en van het MVB-model.

Taal: Bij taal heb ik gebruik gemaakt van een rijke leeromgeving met werkvormen. Daarnaast heb ik de lus van Dekkers ingezet op het moment dat de leerlingen een artikel gingen schrijven aan de hand van de afgenomen interviews. Daarbij heb ik ook gebruik gemaakt van het stappenplan bij het schrijfproces zoals Huizenga en Robbe die hebben beschreven.

Rekenen: Bij het ontwerpen van de rekenles heb ik gebruik gemaakt van het handelingsmodel en verschillende niveaus in de les verworven. Daarnaast heb ik ook het drieslagmodel gebruikt, om aan te sluiten bij het probleemoplossend handelen van de leerlingen.

Projectresultaten:

Ik heb er veel van geleerd om een lesontwerp te maken die zowel innovatief als vakintegratief is. Ik weet hierdoor nu ook beter hoe ik iets moet organiseren met een externe instantie. Daarnaast waren de kinderen ook enthousiast over het project, vooral ook omdat het natuurlijk hun belevingswereld aanspreekt. Hieruit blijkt maar weer hoe essentieel dat is.

Mijn ontwerp was innovatief doordat ik verschillende vakken gekoppeld heb in één project, maar ook doordat ik leerlingen kennis heb laten maken met de omgeving en hoe ze die mee de klas in kunnen nemen. Mijn ondernemendheid bleek hieruit, ik ben zelf met initiatieven gekomen en heb zelfstandig een externe organisatie benaderd zodat hij paste binnen mijn ideeën. Ik ben blij met het eindresultaat, de leerlingen hebben er hard aan gewerkt en zich ook goed ingezet.

Tot slot bleek uit mijn onderzoek ook nog dat de leerlingen de leermiddelen en activiteiten die ik heb ingezet als prettig hebben ervaren en dat ze de gestelde doelen ook herkenden.

 

Energie, zonne-energie, windenergie en waterkracht

Naam: Maureen van Esdonk

Externe instantie: BC De Grote Rivieren

In het project gaan de kinderen aan de slag met de energievormen wind, water, zon en warmte. Binnen de zes lessen wordt er aandacht besteed aan natuur, taal, rekenen, dans en drama. De kinderen leren van alles over de energievormen aan de hand van gesprekken, afbeeldingen, filmpjes, proefjes, rekenopdrachten en dans en drama lessen. Het ervaren en doen staat centraal binnen de werkvormen die aan bod zullen komen.

Lees meer

Ik heb dit innovatieve ontwerp zelfstandig ontworpen uit gevoerd in samenwerking met de externe instantie, BC De Grote Rivieren. Deze instantie is gericht op het ontwerpen van leskisten voor basisscholen. De instantie legt de nadruk op het doen en ervaren, zij vinden het belangrijk dat de kinderen veel ervaringen op doen met betrekking tot het onderwerp van de leskist. In mijn innovatieve ontwerp heb ik dan ook de nadruk gelegd op het ervaren en doen/uitvoeren. Het onderwerp van mijn ontwerp gaat over energie, zonne-energie, windenergie en waterkracht.

Projectbeschrijving

Kerndoelen: 1, 12, 39, 44, 45, 49 en 54

In het project gaan de kinderen aan de slag met de energievormen wind, water, zon en warmte. Binnen de zes lessen wordt er aandacht besteed aan natuur, taal, rekenen, dans en drama. De kinderen leren van alles over de energievormen aan de hand van gesprekken, afbeeldingen, filmpjes, proefjes, rekenopdrachten en dans en drama lessen. Het ervaren en doen staat centraal binnen de werkvormen die aan bod zullen komen.

De leskist bestaat uit 6 lessen, gevarieerd van taal, rekenen, dans, drama en natuur.

  • Les 1A en 1B: de kinderen doen kennis op over energie en de energievormen die in deze leskist aan bod komen. Dat gebeurt aan de hand van afbeeldingen, verhalen en gesprekken voeren.
  • Les 2: een les met proefjes, de kinderen hebben nu kennis over de energievormen en gaan ervaren hoe deze energievormen werken en wat de kracht daarvan is.
  • Les 3A en 3B: de kinderen gaan aan de slag met dans en drama en gaan zich verdiepen in de energievormen door te bewegen en luisteren naar een verhaal.
  • Les 4: de kinderen gaan aan de slag met rekenen en oefenen met meer, minder, meest en minst met betrekking tot windmolens.

 

Ontwerpprincipes

Ik heb de keuze gemaakt binnen mijn innovatieve ontwerp te werken met verschillende didactische modellen gekoppeld aan de domeinen taal, rekenen, KO, generiek en OJW. De LOOL didactiek stond elke les centraal waarbij de kinderen hebben onderzocht en ontworpen als het gaat om proefjes en dansen en drama lessen.

……………………………………………………………………………………………………………

Ik heb gekozen om de leertheorie sociaal constructivisme in te zetten in mijn innovatieve ontwerp, omdat volgens Alkema, E., Tjerkstra, W., Kuipers, J., Lindhout, C. (2011) kinderen zelf betekenis geven aan hun omgeving. Kinderen van 4 t/m 6 jaar zitten nog vol in de fantasiefase en zijn nog erg egocentrisch en geven daarom zelf betekenis aan hun sociale processen. Tevens heb ik ervoor gekozen om in mijn innovatieve ontwerp aan de slag te gaan met het curriculaire spinnenweb van, van den Akker.

Akker, van den. (2003) maakt in het spinnenweb gebruik van de drie niveaus macro, meso en micro. Het spinnenweb is een hulpmiddel om de lesopzetten voor mijn ontwerp concreet te maken. Een samenhangend geheel bij een opzet is van belang en daar heb ik ook voor gezorgd, dat alle lessen aan elkaar koppelen en overlopen en tevens heb ik ook een handpop ingezet die voor de kinderen herkenbaar is en bij de belevingswereld van hen past.

Daarnaast heb ik ervoor gekozen om binnen de natuur, het domein waar de nadruk op ligt in dit ontwerp, de nadruk te leggen op onderzoekend leren en ik maak een kleine koppeling met ontwerpend leren, omdat mijn externe instantie het belangrijk vind dat de kinderen ervaringen op doen. Ik vond beide vormen van leren binnen de LOOL didactiek volgens Vaan, E. de, Marell, J. (2012) bij dit innovatieve ontwerp passen, omdat in beide manieren van leren zijn de kinderen actief bezig met het ervaren van energievormen op twee verschillende manieren. De kinderen zijn in allerlei lessen aan het onderzoeken en soms aan het ontwerpen en leren wat energievormen inhouden en zijn daar in elke les op verschillende manieren mee bezig door gesprekken te voeren, afbeeldingen te bekijken, proefjes uitvoeren, dansen, dramatische activiteiten en door er mee te rekenen. Om aan te sluiten bij de LOOL didactiek heb ik een roulerend practicum ingezet, een van de verschillende organisatievormen volgens Vaan, E. de, Marell, J. (2012).

Om de kinderen op een actieve en speelse manier aan de slag te laten gaan met natuur had ik gekozen voor dans en drama. Volgens Heijdanus- de Boer, E., Nunen, A. van, Valenkamp, M. (2014) zijn er verschillende dansprincipes. Ik heb in mijn dansles ervoor gekozen om de activiteiten principe toe te passen, omdat ik het belangrijk vind dat de kinderen ervaren en actief bezig zijn met dans gekoppeld aan natuur. Met betrekking tot drama heb ik gekozen voor de drama werkvorm, vertelpantomime. Volgens Nooij, H, van. (2012) is het bij vertelpantomime de bedoeling dat kinderen uitbeelden wat de leerkracht op dat moment vertelt in een verhaalvorm.

Ik heb gekozen voor dit innovatieve ontwerp om te werken aan de woordenschatontwikkeling van de kinderen en taal als middel in alle les in te zetten. Om de woordenschat ontwikkeling te bevorderen heb ik in elke les een leerdoel gesteld vanuit TULE en in les 1A en 1B gewerkt met de viertakt. In de laatste les van het innovatieve ontwerp, lag de nadruk/focus op rekenen. De kinderen leren in de rekenles te rekenen met wiskunde taal zoals begrippen meer, minder, mist en meest. In mijn onderzoek verantwoord ik het vakintegratie leren en dat pas ik in deze les ook toe. De kinderen gaan rekenen met windmolens, dat zich koppeld aan natuur en tevens leren zij rekenen met nieuwe talige begrippen.

Om tegemoet te komen aan de ontwikkeling van de kinderen en de verscheidenheid aan differentiatie in de klas met betrekking tot niveau heb ik gekozen om te werken met het handelingsmodel en hoofdfase leerlijn model die volgens Notten, C., Versteeg, B., Martens, L (2014) op een bepaalde manier worden beschreven.

Projectresultaten

Ik heb een filmpje gemaakt over de zes lessen en mijn onderzoek. In dit filmpje zijn foto’s, filmpjes en theoretische achtergronden verwerkt.

https://elo.fontys.nl/Pages/AnnotationViewer/AnnotationViewer.aspx?cpsysid=f3812470-38cc-42c8-8b54-70cfaef5e3b0

 

Wat ik heb bereikt met het ontwerpen en uitvoeren van dit innovatieve ontwerp is dat ik nu weet hoe ik een ontwerp kan maken waarbij ik natuur koppel aan dans en drama en dat ik nu ook weet hoe ik een onderwerp zoals energie over kan brengen op kinderen uit groep 1/2.

Uit onderzoek is gebleken dat de kinderen kennis op hebben gedaan over energie en dit ook erg leerzaam en positief hebben ervaren. Het project heeft mij heel veel plezier en leerzame momenten opgeleverd. Ik heb een handpop ingezet en hoeveel plezier en vreugde de kinderen uit deze pop haalde was voor mij heel waardevol en dat ze dus ontzettend veel geleerd hebben van de pop en daar ook steeds mee associeerde.

 

Water door de eeuwen heen

Naam: Anne Streur

Externe instantie: Brabant Water

In het project leren leerlingen over water door de eeuwen heen. De leerlingen leren over de actualiteit watertransport en de zuiverheid van water, maar duiken ook de geschiedenis in. Binnen veel basisscholen is er weinig aandacht voor watereducatie. Naar aanleiding hiervan heb ik een vakintegratieve lessenreeks ontworpen, om de kennis van de leerlingen omtrent water, te verbreden op een leuke, leerzame manier. Hieronder vindt u een beschrijving van de lessen.

 

Lees meer

Een korte omschrijving van de vijf lessen:

Les 1

In de eerste les leren de leerlingen van alles over water in onze tijd. De les begint met een het maken van een woordweb. Vervolgens worden de leerlingen nieuwsgierig gemaakt en wordt er gekeken naar de interactieve site van Droppiewater. De les eindigt met een quiz.

Les 2

Dit is de gastles van Brabant Water. Deze les is het vervolg op de eerste les en gaat dieper in op een aantal dingen uit de eerste les. De gastles is erg interactief. De leerlingen krijgen verschillende opdrachten en mogen verschillende soorten water proeven. Brabant Water geeft helaas geen rondleidingen.

Les 3

In deze les duiken de leerlingen in de geschiedenis van watertransport en waterzuiverheid. Zij worden verdeeld in groepjes en krijgen een periode toegewezen. Het groepje geeft een presentatie aan het eind van de les over hun bevindingen. Zo wordt iedereen in de klas geïnformeerd.

Les 4

Nu verwerken de leerlingen de informatie van hun periode in een 3D werkstuk. Zij selecteren de belangrijkste informatie en gaan hiermee aan de slag binnen hetzelfde groepje als les 3.

Les 5

Deze les wordt de tijdlijn in elkaar gezet. Hierbij komen alle werken naast elkaar te staan met de goede periode erbij. Nu is de verandering in de jaren dus goed te zien. Zij reflecteren daarna op elkaars werk. Aan het eind van de les kunnen ouders worden uitgenodigd om de opbrengst te bekijken.

 

Binnen het project komen er verschillende kerndoelen en vakken aan bod. De kerndoelen die aan bod komen zijn 24, 25, 39, 47, 51, 52, 54 en 55. Verder komen er verschillende vakken aan bod, zoals taal, rekenen, geschiedenis, beeldende vorming, natuur en aardrijkskunde. De kinderen leren van alles over water in onze tijd, zoals:

  • De bouw van de eerste waterleiding in Nederland. Voorheen haalde mensen water uit een put.
  • Hoe van grond- of rivierwater wordt drinkwater gemaakt.
  • Drinkwater verdwijnt in de gootsteen. Wat gebeurt er daarna mee? Ze leren hoe een waterzuivering in elkaar zit.
  • Ze leren het waterverbruik per dag in Nederland, India en Amerika.
  • Een regenton vangt water op, zodat niet alles in het riool verdwijnt.

Daarnaast leren ze nog van alles over watertransport en de zuiverheid van water in de geschiedenis.

 

2. Externe instantie

Ik heb een lesontwerp gemaakt dat aansluit bij de gastles van Brabant Water. Brabant Water vindt het belangrijk om kinderen meer te leren over water. Dit komt namelijk nog weinig aan bod op de meeste (basis)scholen. Brabant Water heeft een leuke gastles waarbij de leerlingen opdrachten krijgen, veel mogen inbrengen en verschillende soorten water mogen proeven. Aan het eind van de les krijgt iedereen een douchezandloper, een bouwplaat en een flesje water. De leraren krijgen een leuk voorleesboek omtrent water. De eerste les van mijn lessenreeks is helemaal aangesloten op deze les. Vervolgens gaan ze met les 3 tot en met 5 naar de geschiedenis van water kijken.

 

3. Ontwerpprincipes

Ik heb de keuze gemaakt binnen mijn innovatieve ontwerp te werken met verschillende didactische modellen, gekoppeld aan de domeinen taal, rekenen, beeldende vorming, geschiedenis en generiek. Hieronder staan de didactische modellen die ik heb gebruikt.

- Meervoudige intelligentie: Elk kind moet de kans krijgen om hun eigen talent te kunnen ontwikkelen.

- ADDIE-model: De stappen van dit model heb ik gevolgd tijdens het ontwerpproces.

- Spinnenweb van van den Akker: De lessen zijn opgebouwd via de punten van het spinnenweb. Ook heb ik dit als richtlijn voor mijn evaluatievragenlijst gebruikt.

- Vakintegratie van Klein: Het niveau van vakintegratie is geanalyseerd met de theorie van vakintegratie van Klein.

- Schema van Bloom: ik heb niet alleen aan de hand van Tule doelen ontworpen, maar ik heb ook gebruik gemaakt van het schema van Bloom. Zo heb ik de doelen meer kunnen afstemmen op het niveau van de kinderen.

- De viertakt van Verhallen: Met dit model weet je zeker dat je de goede manier van woorden aanleren toepast. Zo is de opbrengst hoger wat betreft nieuwe woorden leren en kennen.

- Samenwerken: Het tweede deel van het project hebben leerlingen samengewerkt. Om ze hier goed bij te ondersteunen, heb ik mij eerst verdiept in theorie hierover.

- Drieslagmodel: Dit is de grondslag voor het rijke rekenprobleem. Om de leerlingen een goed rekenprobleem te geven, heb ik het drieslagmodel toegepast.

- De vijf kernvragen: Aan de hand hiervan hebben de leerlingen gericht gereflecteerd op elkaars werk. Door deze vragen komt er veel diepgang in de reflectie van de leerlingen.

- Het cirkelmodel: Dit model belicht aandachtspunten tijdens het creatieve proces van de leerlingen. Zo zorg ik ervoor dat het creatieve proces van de leerlingen gestimuleerd word.

- Beeldvormers: In de lessen is gebruik gemaakt van beeldvormers, om ervoor te zorgen dat de leerlingen een goed beeld van de geschiedenis hebben.

- Historisch tijdsbesef: Dit is nodig om de leerlingen bewust te maken van het verleden. Ze leren omgaan met verschillende elementen van geschiedenis.  

- Historisch denken en redeneren: Door deze theorie toe te passen, verwerven de leerlingen historische kennis en vaardigheden.

 

4. Projectresultaten

Ik heb een filmpje gemaakt ter introductie van mijn lesontwerp. In dit filmpje wordt er beknopt verteld wat de lessenreeks inhoudt.

- Filmpje


Met dit innovatieve ontwerp leren leerlingen een hoop over water op een hele diverse en leuke manier. Het is nu duidelijk dat je erg veel vakken kunt combineren en daarbij een hoop kerndoelen raakt. Door veel vakken te combineren op verschillende manieren, sluit het voor elk kind aan op zijn talenten en/of interesses. Je merkt dat je heel veel kan vragen van leerlingen, zolang er maar duidelijkheid is. Het niveau van deze reeks ligt namelijk vrij hoog voor groep 5. Het is dus erg uitdagend voor ze.

Uit onderzoek is gebleken dat de kinderen kennis op hebben gedaan over het transporteren en zuiveren van water, nu en vroeger. De gestelde lesdoelen zijn behaald en hiermee dus ook haalbaar. Verder is gebleken dat de kinderen het leuke en uitdagende lessen vinden. De kinderen gaven aan dat ze vaker zoiets zouden willen doen.

 

 

Een nieuwe oude stad

Naam: Melanie van den Boogaard 

Externe instantie: Erfgoed Brabant

Erfgoed Brabant is het expertisecentrum voor erfgoed in Brabant. Zij verdiepen zich in cultuur educatie in en buiten de klas. Erfgoed Brabant ondersteunt en verbindt erfgoedveld, onderwijs en beleidsmakers in het verkennen, behouden en doorgeven van het veelzijdige verhaal van Brabant.

 

Lees meer

Project idee:

Met de klas hebben we het over Grieken en Romeinen. In enkele lessen wil ik dan de leerlingen d.m.v.  een leskist zelf in de huid gaan kruipen van Grieken en Romeinen. Deze leskist zal de voorkennis van de leerlingen activeren, waarnaar zij zelf opzoek gaan naar goede bronnen om een eigen Romeinse stad te ontwerpen. Dit zullen de leerlingen in groepjes doen.

De leerlingen zullen gaan kijken wie er in zo’n stad leefden en wat zij allemaal nodig hebben in hun stad. Zij moeten rekening houden met valuta, aantal bewoners, rolverdeling in een stad, burgerschap, ligging en geloven die er zijn.

Ter afsluiting zullen de leerlingen aan de ouders laten zien wat zij hebben gemaakt a.d.h.v. toneelstukjes en zelf gemaakt Romeins eten.

Ontwerpprincipes PPO:

In dit project ben ik vooral gericht op het inrichten van een rijke leeromgeving. Hierbij is het van belang dat de leerlingen eigenaar zijn van het leerproces. Er is veel ruimte voor differentiatie en onderzoekend leren. Tot slot maak ik ook gebruik van transdiciplinair werken door alle vakgebieden tegelijkertijd aan bod te laten komen.

Ontwerpprincipes binnen de schoolvakken:

OJW: Geschiedenis en aardrijkskunde staan centraal in dit project. De leerlingen gaan aan de slag met de geografische zienswijze. Zij gaan waarnemen, begrijpen, waarderen en reflecteren. Hierbij ontwikkelen de leerlingen een beter historisch tijdbesef door de stof zelf te beleven.

KO: Voor KO zullen we verschillende vermogens van de kinderen aanspreken door verschillende indicatoren binnen onze les te behandelen. Daarnaast zullen we voor het ontwerpen van de KO lessen het MVB-model als basis gebruiken.

Taal: Er komen veel nieuwe begrippen aan bod in de leskist. Om deze begrippen te verwerken maak ik gebruik van het viertakt model waarbij de leerlingen de nieuwe woorden kunnen verwerken.

Rekenen: In het project komen de rijke rekenproblemen veel aan bod. Hierbij maak ik gebruik van het drieslag model en big ideas, waarbij de leerlingen moeten samenwerken om tot verschillende uitkomsten te komen.

 

 

De school van vroeger

Naam: Danique van Hassel

Externe instantie: Streekarchief Langstraat Heusden Altena

In samenwerking met Linda de Rooij, werkzaam bij het Streekarchief heb ik een innovatief onderwijsontwerp samengesteld waarbij we een onderbouwgroep laten kennismaken met de schooltijd van vroeger.

Lees meer

Projectbeschrijving

In het project “De school van vroeger” leren de kinderen over hoe het vroeger op school eruit zag en hoe dat ging. Het project is bedoelt om de leerlingen van de onderbouw groep (4) kennis te laten maken met een stukje geschiedenis dat nog erg dicht bij hen staat. We hebben het over een tijd die de kinderen zich makkelijker voor kunnen stellen omdat hun eigen opa of oma uit deze tijd komen.

Het project bestaat uit een aantal activiteiten:

 De gevonden brief De kinderen vinden een brief van meneer de Vliert (fictieve leraar uit die tijd). Hiermee wordt het thema geïntroduceerd.

 Huiswerkopdracht De kinderen krijgen een huiswerkblad mee om thuis gericht informatie te zoeken over dit onderwerp.

 Extra rekenactiviteit Met de plusleerlingen van rekenen gaan we een extra activiteit doen rondom grafieken maken.

 Tijdlijn maken en hoe houd je een interview? De kinderen maken een tijdlijn met zelf meegebrachte foto’s, daarnaast bespreken we hoe je een interview houdt.

 Interview Een opa of oma van de leerlingen komt vertellen in de klas, de kinderen hebben gerichte vragen voorbereidt.

 Fotospeurtocht en spellencircuit In het centrum gaan de kinderen opzoek naar oude foto’s en maken daar nieuwe van, vervolgens is er in de klas een spellencircuit met spellen van vroeger.

 Zelfportret maken met koffie De kinderen maken een “oud” zelfportret met koffie.

 Museum De kinderen richten een museum in met alle gemaakte werkjes en meegebrachte spullen. Alle ouders, grootouders, broertjes of zusjes komen kijken. De kinderen leiden de bezoekers rond.

 Blog De ouders worden op de hoogte gehouden van iedere activiteit. Per activiteit typt een groepje een stukje op de blog.

Externe instantie

Dit project is ontworpen in samenwerking met de externe instantie SALHA (Streekarchief Langstraat Heusden Altena). Dit is een streekarchief dat alle informatie verzameld van vroeger maar dat ook onderwijs ontwerpt voor basisscholen. In samenwerking met Linda de Rooij, werkzaam bij SALHA heb ik een innovatief onderwijsontwerp samengesteld waarbij we een onderbouwgroep laten kennismaken met de schooltijd van vroeger.

 

Ontwerpprincipes

Hieronder heb ik beschreven per vakgebied welke ontwerpprincipes zijn toegepast in het project.

Geschiedenis Binnen het vakgebied geschiedenis ligt de nadruk vooral op het historisch besef, dit bestaat uit:

 De ontwikkeling van tijdsbesef.

 Kennis van en inzicht in de historische werkelijkheid

 Historisch denken en redeneren. Tijdens de lessen maken de kinderen kennis met kenmerken uit die tijd, we bekijken hierbij ook de tijdlijn en redeneren verschillende dingen terug naar de tijd van nu. Welke verschillen zien we en wat is hetzelfde? Door dit met de tijdlijn te behandelen en de naam te geven: “de tijd van opa en oma”, “de tijd van papa en mama”, “de tijd van jijzelf”, ontwikkelen de kinderen hier besef van tijd. Deze tijden zijn gedurende de lessen ook teruggekomen. Door spullen te verzamelen en verhalen te vertellen en activiteiten te doen over deze tijd krijgen de kinderen echt een besef van de tijd en de overeenkomsten en verschillen hiertussen.

Beeldende vorming Het vakgebied beeldende vorming heeft vooral zijn invulling in dit project met de nadruk op beeldaspecten en het creatieve proces. De kinderen zijn veel met beelden bezig in deze lessen, doordat de beelden vanuit het Streekarchief aangedragen zijn. De kinderen kijken op verschillende manieren naar de beelden en vanuit de beelden zijn activiteiten ontstaan. Door te werken met materiaal dat de kinderen normaal niet gebruiken om mee te schilderen: koffie, vraag je de kinderen om hun creativiteit te gebruiken. Maar ook door de kinderen veel eigen invulling te geven vraag je om hun creativiteit: schrijven op de blog, foto’s maken, zelf dingen verzamelen, vragen verzinnen voor een interview, creatief bezig zijn met beelden. Ook het BVM-model komt aan bod in iedere activiteit. In iedere activiteit komt een van de aspecten van dit model aan bod.

Rekenen Rekenen zit erg verweven in twee activiteiten: de extra rekenactiviteit en de fotospeurtocht. Daarbinnen zijn de kinderen vooral bezig met het domein meten en meetkunde. Tijdens de extra rekenactiviteit met de plusleerlingen focus je de activiteit op het uitbreiden van de kennis van de plusleerlingen; grafieken. Deze kennen ze nog niet en is echt nieuw voor hen, een uitdaging dus! De hele klas is bezig met rekenen tijdens de fotospeurtocht, daarbij zijn ze vooral gefocust op het onderdeel perspectief en viseerlijnen. Ze maken nieuwe foto’s zoals de oude fotograaf van vroeger ze ook gemaakt heeft. Daarbij kijken ze naar de viseerlijnen van de foto en de omgeving. Het handelingsmodel wordt hierbij ingezet om zo de kinderen vooral informeel te laten rekenen; ze doen het echt!

Taal Het vakgebied taal komt in iedere activiteit voor, specifiek mondelinge taalvaardigheid, woordenschat en stellen. De kinderen zijn in iedere activiteit bezig met hun mondelinge taalvaardigheid, ze overleggen, geven antwoord op vragen en stellen zelf vragen. Daarnaast leren ze gedurende de activiteiten ook nieuwe woorden die te maken hebben met die tijd als; kroontjespen, pechvogel enzovoorts. Het stellen kwam aan bod doordat de kinderen zelf in groepjes een stukje op de blog schrijven om de ouders zo op de hoogte te houden van de verschillende activiteiten.

21st century skills 21st century skills is niet een vakgebied te noemen, maar dit is zeker voor mij wel een groot deel geweest van mijn ontwerpprincipes. Een model dat ik gebruikt het tijdens het ontwerpen van mijn lessen is de onderwijs in de 21e eeuw cyclus. Ik heb tijdens de activiteiten de kinderen laten samenwerken, we hebben gewerkt aan het probleemoplossend vermogen van de kinderen, ICT-geletterdheid kwam aan bod door het maken van de blog, de creativiteit zoals je al kon lezen hierboven, het kritisch denken tijdens de fotospeurtocht, het communiceren natuurlijk en de sociale en culturele vaardigheden hebben ook aandacht gekregen door de kinderen te laten kijken naar de geschiedenis in hun eigen omgeving.

 

Projectresultaten

Door de fotocollage hieronder krijg je een impressie van de activiteiten, daarop is te zien hoe enthousiast de kinderen waren. Het ontwerpen en uitvoeren van het vakintegratief en innovatief ontwerp heeft mij veel opgeleverd. Door dit proces door te lopen weet ik nu beter hoe ik een project met een externe instantie moet organiseren. Het enthousiasme van de kinderen over dit thema viel mij erg op. Ook de onderbouw kan goed geschiedenislessen/- projecten gebruiken en kan hier veel van leren! Dit wordt soms nog weleens vergeten op scholen. Mijn ontwerp was innovatief doordat ik verschillende vakgebieden gekoppeld heb in één project, maar ook doordat ik de omgeving en geschiedenis de klas in gebracht heb. Mijn ondernemendheid bleek hieruit, ik ben zelf met initiatieven gekomen en heb zelfstandig een externe organisatie benaderd zodat hij paste binnen mijn ideeën. Door contacten te leggen met een organisatie, met ouders en met leerkrachten is mijn project een succes geworden waar ik trots op ben.

 

HobbyTime

Namen: Tom van Duijnhoven, Nick van den Hanenberg, Rens Broeren, Juliëtte Wijffels

Externe instantie: Hobbytime

In 2013 is door studenten een leerboek ontwikkeld om kinderen bewust te maken van duurzame energie. Wij hebben de opdracht gekregen om dit product uit te breiden en verkoop klaar te maken. Wij gaan dit doen door aan de slag te gaan met alle benodigde schoolvakken voor ons profiel. Het uiteindelijke doel is dat ons lespakket samen met de bijbehorende pakketten worden verkocht aan basisscholen. 

 

Lees meer

Project idee:

In 2013 hebben Alex Koks, Friso van Asten en Harm van Iersel een leerboek gemaakt. Dit leerboek is ontwikkeld om kinderen bewust te maken van duurzame energie. Hier staat informatie en experimenten over energie beschreven. Wij hebben de opdracht gekregen om dit product uit te breiden en verkoop klaar te maken. Wij gaan dit doen door aan de slag te gaan met alle benodigde schoolvakken voor ons profiel. Het uiteindelijke doel is dat ons lespakket samen met de bijbehorende pakketten worden verkocht aan basisscholen. Dit lespakket komt uiteindelijk te staan op de onderwijsbeurs.

Ontwerpprincipes PPO:

Wij gaan dit lespakket ontwikkelen a.d.h.v. de fases van opbrengstgericht werken. Wij gaan deze doorlopen door eerst goede informatie en voorkennis te verzamelen. Vervolgens gaan we passende doelen formuleren waaraan onze methode aan moet voldoen. A.d.h.v. deze doelen gaan wij ons onderwijs aanbod ontwerpen. Na het uitvoeren zullen wij onze methode evalueren en aanscherpen.

Binnen de ontwerpfase zullen wij er bewust voor zorgen dat er meervoudige intelligenties in onze methode naar voren komen. Door de kinderen actief aan het werk te zetten maken we ook gebruik van de handelingstheorie. Tot slot maken we ook gebruik van transdiciplinair werken door alle vakgebieden tegelijkertijd aan bod te laten komen.

Ontwerpprincipes binnen de schoolvakken:

OJW: Voor het vakgebied OJW staat onderzoekend leren centraal. We willen kinderen leren om niet alleen te luisteren naar wat wij vertellen, maar ook ontdekken hoe duurzame energie te werk gaat.

KO: Voor KO zullen we verschillende vermogens van de kinderen aanspreken door verschillende indicatoren binnen onze les te behandelen. Daarnaast zullen we voor het ontwerpen van de KO lessen het MVB-model als basis gebruiken.

Taal: Er komen veel nieuwe begrippen aan bod. Daarom willen wij gebruik maken van het viertakt model van Verhallen om het maximale uit de leerlingen te halen.

Rekenen: Het vakgebied rekenen gaan we aanbieden door de kinderen een rijk rekenprobleem op te laten lossen. Hier kunnen wij het gebruik van duurzame energie gemakkelijk in verwerken. Het rijke rekenprobleem gaan we analyseren d.m.v. de hoofdfase leerlijn.

 

Projectgroep PaboH2 meets Ondernemend Onderwijs

Projectgroep PaboH2 (2016/2017) begeleidt medestudenten bij hun externe opdracht.

Graag willen wij ons even voorstellen. Wij zijn Charlotte, Melanie, Rachel en Nick. Wij zijn studenten van de Pabo in Den Bosch. Het komende half jaar zetten wij ons tijdens onze externe profilering in voor onze medestudenten. Wij hebben hiervoor, samen met Margo (Ondernemend Onderwijs), een project/communicatiegroep gevormd.

Lees hier de update van november

Lees meer

In het 3de jaar van de opleiding ´leerkracht in het basisonderwijs´ zijn wij bezig met onze externe profilering. Dit is een verdiepingsfase waarin we kunnen kiezen tussen de stromingen natuur & techniek en geschiedenis. Binnen deze profilering is het de bedoeling dat wij als studenten op zoek gaan naar een externe instantie om mee samen te werken. In samenwerking met deze externe instanties gaan we aan de slag met het ontwerpen van een innovatieve lessenreeks of met een project dat vervolgens ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd op een stageschool.

Onze taak binnen deze projectgroep is het ondersteunen en begeleiden van onze medestudenten in hun externe opdracht. Dit doen wij vooral op het gebied van communicatie tussen de studenten, de externe instanties en ondernemend onderwijs. Wij willen ervoor zorgen dat dit allemaal soepel verloopt. En tegelijkertijd houden wij studenten op de hoogte van verschillende deadlines en werken natuurlijk ook aan onze eigen externe opdracht!

Wij staan altijd open voor vragen. Hiervoor kunt u ons mailen op het mailadres:

h2projectgroep2016@gmail.com

Met vriendelijke groeten,

 

Ondernemend Onderwijs meets Pabo 2015-2016

Kimberly van Doorenmalen, Thelma van den Bosch & Janne Coppens, derdejaars studenten van de Fontys Pabo te ’s-Hertogenbosch vormen voor schooljaar 2015/2016 samen met Margo van den Oord het communicatieteam dat de samenwerking tussen de Pabo, de externe instanties en Ondernemend Onderwijs inhoud geeft. Vanuit de Pabo kregen wij de opdracht om innovatief onderwijs te ontwerpen en uit te voeren, dit in samenwerking met externe instanties.

Lees hier het hele verslag

 

De krant in de middeleeuwen

’ Juf als ik mijn capuchon opzet, kan ik net zo mooi schrijven als een monnik.’

Celine Diepgrond, student Fontys Hogeschool Kind & Educatie, werkte met kinderen van groep 5 t/m 8 aan het project Middeleeuwen.

Doel van het project: kinderen op een actieve wijze het thema de Middeleeuwen te laten ontdekken, vanuit de vakken geschiedenis, kunst, taal en aardrijkskunde.

Lees meer

Dit doen de kinderen door een eigen Middeleeuwse klassenkrant te ontwerpen. Het platform Project schoolkrant heeft hierbij een actieve rol. De ontwikkelde website van project schoolkrant zorgt aan de hand van filmpjes, quizvragen en informatie voor de basis van de lessen.

                                             

De geschiedenismethode zorgt voor de onderliggende theorie over het tijdvak de Middeleeuwen.

De opbouw: het project is flexibel, zodat de opbouw bepaalt kan worden door de leerkracht.

Het project duurt vijf weken, iedere week moet er tijd gemaakt worden voor twee lessen van ongeveer een uur. In een van de lessen wordt ruimte gemaakt voor de verdieping van het tijdvak de middeleeuwen. De leskist ‘’De middeleeuwen’’, te lenen bij het Noord-Brabants Museum, kan de leerkracht hierbij ondersteunen. In een andere les krijgen de kinderen de ruimte om de krant te ontwikkelen. Een deel van de lestijd kan besteed worden aan de verdieping van project schoolkrant, het andere deel van de les gaan de kinderen aan de slag. Zorg ervoor dat er iedere les een subthema centraal staat (denk hierbij aan: het interview, de foto, het artikel, de opmaak, enzovoort). Dit zorgt voor meer rust en structuur in de lessen.

Vaardigheden: De kinderen ontwikkelen hun sociale vaardigheden, door het samenwerken in groepen. Hierdoor leren kinderen niet alleen met elkaar om te gaan, maar ook de taken en rollen te verdelen.

Verder werken de kinderen aan opzoekvaardigheden. De kinderen zijn veel aan het werk met computers, kranten en boeken. Ze leren dan snel en gericht op zoek te gaan naar informatie.

Ook worden de computervaardigheden van kinderen verbeterd. De kinderen leren hoe ze een krant online ontwikkelen. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van project schoolkrant.

Tips

-Regel dat de kinderen een interview kunnen afnemen met iemand die veel over de middeleeuwen weet.

-Start de lessenreeks met een brief van een heer.

-De heer vraagt de leerlingen om een krant te ontwikkelen voor zijn land.

-Ga opzoek naar informatie over het gebied waar de school gevestigd is, met de link naar de middeleeuwen.

 

Sinterklaas, volgens VierKeerWijzer

Annelot Willemse, Pabostudent aan de Fontys Hogeschool, werkte aan het thema 'Sinterklaas' volgens organisatiemodel VierKeerWijzer.

Projectnaam: Leren op je eigen manier!

Projectbeschrijving: Vanuit de profilering en externe instantie (VierKeerWijzer) is er een ontwerp ontstaan waarin de kinderen, vanuit het thema 'Sinterklaas', concepten van o.a. natuur/techniek aangeboden krijgen.

Lees meer

Het ontwerp begint met een leerkrachtgebonden dag, waarin de kinderen inzoomen op de stoomboot van de sint. De kinderen verdiepen zich in de onderdelen van de stoomboot, de werking van de stoomboot en het drijven en zinken. Daarnaast ontwerpen en produceren de kinderen zelf een nieuw voertuig voor sinterklaas. Rekenen, taal, natuur/techniek en kunstzinnige oriëntatie komen integraal aan bod.

Naast deze leerkrachtgebonden dag, werken de kinderen 3 weken lang (op de maandag-, dinsdag- en donderdagmiddag) zelfstandig aan zestien activiteiten. Deze activiteiten zijn ontworpen aan de hand van de 8 intelligenties, die Howard Gardner beschrijft. Per intelligentie zijn er twee activiteiten die de leerlingen naar eigen keuze mogen uitvoeren.

Tot slot bakken de kinderen, ter afsluiting van het thema Sint, pepernoten (met hulp van een ouder).

VierKeerWijzer
Basisschool de Overlaet is gestart met VierKeerWijzer. VierKeerWijzer is een organisatiemodel voor adaptief onderwijs, waarin kinderen in een uitdagende leeromgeving concrete doelen halen. De theorie rondom meervoudige intelligentie van Howard Gardner staat centraal. Hieruit worden de denkstrategieën in beeld gebracht. Omdat iedereen van elkaar verschilt, is er de vraag naar afstemming tussen kind, volwassene, leerstof, organisatie en schoolgebouw. VierKeerWijzer helpt kinderen en leerkrachten om van en met elkaar te kunnen leren. Hierbij gaan ze uit van de drie basisbehoeften: relatie, competentie en autonomie. Het zorgt ervoor dat leerlingen zelfstandig keuzes kunnen maken en leeractiviteiten kunnen uitvoeren. De rol van de leerkracht hierbij is het observeren en het voeren van leergesprekken.

Ontwerpprincipes: 

-Kennisbasis generiek: Meervoudige intelligentie, breinleren, passend onderwijs, adaptief onderwijs, rijke leeromgeving.

-Kernconcepten natuur/techniek: drijven en zinken, vorm en functie. Didactische benadering: onderzoeken en ontwerpen: LOOL.

-Kernconcepten kunstzinnige oriëntatie: beeldende vorming. Didactische benadering: cirkelmodel.

-Kernconcepten rekenen: hele getallen, grafieken. Didactische benadering: handelingsmodel.

-Kernconcepten taal: woordenschat, mondelinge taalvaardigheid. Didactische benadering: viertaktmodel.

 

Projectresultaten: Uit het onderzoek blijkt dat de kinderen gefocust en geconcentreerd zijn tijdens de activiteiten. De kinderen kunnen verwoorden wat ze aan het doen zijn. Ze laten zich niet afleiden tijdens de activiteiten en stralen energie en enthousiasme uit.

Uit de toetsing blijkt dat de kinderen de doelen hebben behaald. 

 

Studenten aan de slag in Myanmar

Studenten Sacha, Elke en Sharon van de Pabo ontwerpen Engelstalige activiteiten met als uitgangspunt Disneysprookjes te koppelen aan kunstzinnige vorming. Dit doen zij in Mandalay, Myanmar, op de Phaung Daw Oo school.

Lees meer

Het was onze droom om op buitenlandse stage te gaan.

Dankzij de minor experience abroad, opgezet door Clemens Bierings, was het mogelijk om deze droom waar te maken.

High school Myanmar_2.jpg

Via de Pabo kwamen we in contact met Annemarie Straatsma. Zij vertelde ons vol enthousiasme over het project in Mandalay, Myanmar, een school, genaamd de Phaung Daw Oo school, met 7500 leerlingen, onder leiding van U Nayaka. Een boeddhistische monnik die ooit is begonnen met gratis lesgeven onder een boom voor kinderen die zich geen onderwijs konden permitteren.
Dit trok de aandacht van meerdere internationale stichtingen en door vele donaties was het mogelijk om een school en meerdere verblijven te bouwen. Nu komen er kinderen vanuit de regio Mandalay, naar deze school.

Groep.jpg

Na deze presentatie stonden wij te springen om dit project te ondersteunen. Annemarie bracht ons in contact met de stichting World Child Care. We hebben meerdere bijeenkomsten gehad met de leden van deze stichting.
Nico Schoenmakers, de secretaris van de stichting, bracht ons in contact met de Phaung Daw Oo school. Hieruit bleek dat wij konden worden ingezet bij het Golden House. Dit zijn drie huizen waarin kinderen leven die door een bepaalde rede niet meer thuis kunnen wonen. De meeste kinderen uit deze huizen kunnen nog niet zo goed Engels en ze zouden ons willen inzetten om het Engels van deze kinderen te verbeteren.

Met dit doel kwamen wij tot het idee om Engelstalige activiteiten te ontwerpen met als uitgangspunt Disney sprookjes gekoppeld aan kunstzinnige vorming. Per week staat er één sprookje centraal. Dit sprookje wordt gekoppeld aan één thema, bijvoorbeeld hobby’s of kleding. De activiteiten willen we afsluiten door het maken van een musical met de kinderen.

De directrice van basisschool ’t Schrijverke, Miriam stallaert, is ook lid van de stichting en bood aan om materiaal te sponsoren voor onze lessen en de musical.
Met alle hulp van de pabo, Nico, Annemarie en ’t Schrijverke kunnen wij onze droom waar maken.

 

 

Onderwijs Netwerk Ondernemen

Leonie van Tuijl, student Pabo, is aan de slag gegaan met het project Onderwijs Netwerk Ondernemen. Het uitgangspunt was het verkopen van een product dat door leerlingen gemaakt is. Leonie koos ervoor om in dit project een voorstelling te maken om deze vervolgens te verkopen.

Lees meer

In samenwerking met Josje Hardeman (externe docent), Bibi Corbeij (vakdocent Fontys) en mijn mentor Suzanne van den Boom (leerkracht groep 6 van Basisschool de Vorsenpoel) ben ik aan de slag gegaan met het project Onderwijs netwerk ondernemen.

foto bij Onderwijs netwerk Ondernemen_1.jpg

Ik wilde laten zien dat je niet per se een tastbaar product hoeft te maken en heb er voor gekozen om een voorstelling te maken en te verkopen.

De voorstelling die ik heb gemaakt met groep 6 van de Vorsenpoel heet 'Pesten is niet cool'.  Dit onderwerp heb ik gekozen omdat pesten helaas altijd actueel is. Deze voorstelling is bedoeld om een begin te maken aan een sociaal-emotionele lessenreeks over pesten. De leerlingen komen hierdoor los en durven zich te uiten. Daarnaast heb ik ervoor gekozen om bij het maken van de voorstelling uit te gaan van de talenten van kinderen. Ik vond het belangrijk dat mijn leerlingen eigen keuzes maakten in dit project. Willen ze een grote of kleine rol? Zingen, dansen of liever iets achter de schermen? Deze keuze heb ik helemaal aan de leerlingen overgelaten.

Qua ondernemen zijn er uiteindelijk inkomsten geworven uit toegangskaarten, de verkoop van dvd’s en foto’s, giften na de voorstelling en de verkoop van de voorstelling zelf. Dit allemaal met de inzet van de kinderen!

Wat is nou mooier om je eigen talenten te combineren met de talenten van anderen en ze op deze manier op een hoger niveau te brengen?

De voorstelling heeft gespeeld op de Pabo in Den Bosch en op Basisschool de Vorsenpoel.

www.vorsenpoel.nl

 

 

Studenten Fontys en Lego League

Studenten van Fontys HKE Pabo ’s-Hertogenbosch hebben in het najaar van 2014 met een groep leerlingen van hun stageschool deelgenomen aan First Lego League. Dit is een wedstrijd voor jongeren tussen 9 en 15 jaar, die hen uitdaagt om de maatschappelijke rol van techniek en technologie te onderzoeken aan de hand van verschillende opdrachten.

Lees meer

De studenten begeleiden de groepjes kinderen om m.b.v. lego een ontwerp te maken voor het onderwijs in de toekomst. Alle ontwerpen worden tijdens een slotmanifestatie door een deskundige jury beoordeeld.

foto bij LegoLeague_1.jpg

De rol van de studenten is het inspireren en enthousiasmeren van de leerlingen in voorbereidende bijeenkomsten, het groepsproces begeleiden en de groep coachen naar een voor de kinderen betekenisvol resultaat.

foto bij LegoLeague_3.jpg

Met deelname aan dit project hebben de Pabostudenten aangetoond dat ze in staat zijn om binnen de stageschool een dergelijk project gericht op techniek te coördineren. Zij zijn op afstand begeleid vanuit de pabo maar hebben deze onderneming verder zelfstandig uitgewerkt.

foto bij LegoLeague_2.jpg

 

Onderwijs helpt Onderwijs techniek, verslag

Nabila Kalliss, student Pabo aan Fontys Hogeschool Kind en Educatie, vertelt hieronder over haar voorbereidingen van het maken van lessen en het uitvoeren ervan in het project Onderwijs helpt Onderwijs techniek.

Lees meer

Fontys Hogeschool Kind en Educatie en het project Onderwijs Helpt Onderwijs

Het OHO-t project brengt pabostudenten in contact met leerlingen uit het vmbo, havo, mbo en hbo. Mbo’ers en vmbo’ers techniek én leerlingen van het Technasium vormen samen één team. Dit team brengt onder leiding van een pabostudent techniek in het basisonderwijs. Het team ontwerpt lessen waarbij het doel voornamelijk is het enthousiasmeren van kinderen in het primair onderwijs op het gebied van techniek. De lessen worden door het team ontworpen, voorbereid en uitgevoerd. Kinderen in de onderbouw, middenbouw en bovenbouw krijgen lessen waarbij zij volgens coöperatieve werkvormen meer leren over het vak techniek.

 foto bij O-h-O_Techniek2.jpg

Nabila Kalliss, student Pabo aan Fontys Hogeschool Kind en Educatie: Samen met leerlingen van de Bossche Vakschool, het Technasium en het Koning Willem 1 College heb ik uitdagende lessen ontworpen volgens de LOOL-didactiek. Om de lessen tot stand te brengen hebben we veel gebrainstormd en gepraat om alle ideeën in één les per groep op niveau te kunnen realiseren. Hiervoor zijn de nodige lesbrieven geschreven en zijn er afspraken gemaakt over benodigde materialen.

foto bij O-h-O_Techniek1.jpg

Twee zware en verantwoordelijke dagen waren het voor ons team. Op twee verschillende scholen hebben wij lessen verzorgd voor in de groepen 1/2, 6 en 8.”

In groep 1/2 hebben de kleuters gezocht naar scharnieren in de school, hebben zij een scharnier ontworpen en hebben zij kennis gemaakt met Tom de robot. Aan het eind van de les konden de kleuters een dansje uitvoeren waarbij zij net als Tom gebruik maakten van scharnieren in het lichaam.

 foto bij O-h-O_Techniek3.jpg

Een klein half uurtje hadden we om de spullen op te ruimen en de les met elkaar te evalueren. Snel door naar een bovenbouwgroep. Daar hebben we in een mum van tijd alles klaar gezet. De leerlingen werden met de minuut nieuwsgieriger naar wat zeven nieuwe gezichten bij hen in de klas kwamen doen. Ook het materiaal dat klaargezet werd werkte motiverend. De leerlingen zijn na een korte inleiding aan de slag gegaan met het uitvoeren van de proefjes binnen een circuit. Daarbij zijn verschillende onderwerpen uit de kerndoelen aanbod gekomen, namelijk luchtdruk, windmolens, hefbomen en tandwielen. De leerlingen hebben practicums volgens een stappenplan en vrije onderzoekjes uitgevoerd. Met verschillende resultaten. Ook aan het eind van deze les waren de leerlingen enthousiast en vroegen zij of wij nog een keer terug wilden komen.

Het was erg leuk om te zien hoe mijn teamleden dachten over het lesgeven. Een van mijn teamleden zei: ‘Ik dacht dat we even een les konden geven, maar er moet aan zoveel gedacht worden, voordat een les gegeven kan worden’. Mede door deze reactie heb ik het project tevreden af kunnen sluiten. Niet alleen de groepen waar wij lessen hebben verzorgd hebben iets geleerd, maar ook wij als organisatoren.

Op http://nabilakalliss.blogspot.nl heeft Nabila haar ervaringen verwoord.

 

 

Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo ’s-Hertogebosch

Den Bosch: Frans Fransenstraat 15, 5231 MG Den Bosch, telefoon 08850 77155

58_Fontys_paars.jpg

Fontys-Hogeschool-Kind-en-Educatie